Gogyohka voor Lampang
Als stilte gehoord kan worden
07.12.2008 - 07.12.2008
28 °C
Bekijk
Reisoverzicht
op Magonia's reiskaart.
Vandaag is het zeven december. Drie maanden geleden trokkken we de deur achter ons dicht. We hebben al heel veel gezien, we hebben niets gezien.
De bezetting van de luchthaven in ondertussen voorbij. Alles gaat opnieuw zijn gangetje. Voor we vertrokken, lazen we in een reisverslag dat planning 35% van het tijdsgebruik uitmaakt. We wilden het niet geloven. We ondervinden het dagelijks dat reizen steeds weer rekening houden is met onverwachte gebeurtenissen. Zal onze vlucht naar Bangkok op 9 december kunnen doorgaan? Moeten we anders eens naar de uren van de trein kijken? Een nachtbus nemen naar Bangkok om dan verder te reizen naar Ranong?
Vervolgens besluit de Thaise regering om de visa-run over land aan banden te leggen. Vanaf nu word je verplicht om tweewekelijks een stempeltje te gaan halen. Bureaucratie is geen goede vriend van eenzame reiziger. Dus agenda nemen en tellen.
Toch maar even mailen of we nog steeds verwacht worden op ons vrijwilligerswerk. Dat klopt, maar de working holiday wordt vanaf nu gehuisvest in kamers in het hoofdgebouw. Wacht, hadden wij geen bungalow? Ja, geen probleem, ze staan nog op de website. Is die prijs nu geen 50% duurder dan diegene die wij hadden afgesproken? Waar is die mail nu weer? Afgesproken met Anneloes? Oei, die werkt daar niet meer. U gaat even informeren bij de verantwoordelijke.
Plots wordt die 35% tijdsplanning heel duidelijk.
Gelukkig hebben we nog 65% over die we kunnen opgebruiken om onze indrukken van het land verder uit te breiden. Op een niet al te mistige dag trekken we met een songthaew (lokale taxi) naar Doi Suthep, 16 km ten noordwesten van CM, een heuveltop (1.676m) genoemd naar een heremiet die verscheidene jaren leefde op de hellingen van deze heuvel. De hoofdpagoda staat momenteel in de steigers. Renovatiewerken dringen zich op nadat meerdere barsten in het heiligdom vastgesteld werden.

Als het weer het toelaat, heb je een mooi zicht over CM. Hier valt het grijsblauwe smogdeken dat de stad produceert, pas goed op. Een grauwe mist drukt op de stad, alsof het de uitlaatgassen die het produceert, niet wil loslaten. Maar wat doe je als je met een bevolking zit die liever doodvalt dan 20 meter te voet te gaan? Die een fiets beschouwt als een straf van Boeddha, een gelijkschakeling met de laagste levende wezens? Op de verjaardag van de koning trekken we de smogdeur even achter ons dicht: we gaan op zoek naar frisse lucht in Lampang.

Lampang, centrum van de Thaise ceramiek, ligt op 100 km van CM. Na twee uurtjes op de bus bereiken we de stad die haar geuzennaam Muang Rot Maa koestert. Muang betekent stad en rot maa houdt echt geen waardeoordeel in over de relatie met een van je ouders, maar betekent zoveel als paardentransport. Paardenkoetsjes zijn prominent aanwezig in het straatbeeld. Hier geen overdreven geschreeuw van opgefokte brommertjes, maar het statige klepperen van ijzeren hoeven op asfalt.

Lampang wordt in de eerste plaats bezocht door Thaise toeristen. Ze laten zich door de sjokkende paardenkoetsen langs de oude houten huizen voeren, genieten van de Noord-Thaise keuken en trekken zich daarna terug in het betonnen bunkerhotel of de karaoke.
De eerste dag wandelen we meer dan vier uur langs de Wang rivier die doorheen de stad meandert. Geen lawaai, geen wagens. Voor de eerste keer in weken kunnen we langer dan 15 minuten hand in hand lopen. Hier zijn voetpaden nog een privilege van de voetganger. Geen verzamelplaats van brommertjes, eetstalletjes of slapende honden zoals in CM. Prachtige huizen slingeren zich langs de rivier mee. Hoge bomen filteren het zonlicht dat lange schaduwen op de weg tovert.
Terwijl het merendeel van het dagelijkse leven zich afspeelt ten zuiden van de rivier, is het noordelijk deel (voor ons) veel authentieker. Hier ligt het TT&T guesthouse loom langs het water te wachten op klanten, hier krabt de ananasverkoper de slaap uit zijn ogen, hier fietst een inwoner lachend ons fototoestel tegemoet. Hier ligt ook het Baan Sao Nak.

Het huis van de vele pilaren werd in 1895 gebouwd door Mong Chan Ong Chandraviroj. Deze ethnische Mon uit Birma ontwierp het huis in een mix van Noord-Thaise en Birmese architectuur. We struinen door het huis. Genieten van de rust, herkennen de Birmese lacquerware, de stapelblikken waarin ze hun eten meenemen, een oude grammofoon lijkt te wachten op een opname van Caruso:
Qui dove il mare luccica
e tira forte il vento
sulla vecchia terrazza
davanti al golfo di Surriento
un uomo abbraccia una ragazza
In Lampang is de Golf van Sorrento ver weg. De oude grammofoon zal geen noot meer zingen, alleen het oude terras sluimert in de zon, terwijl we genieten van appelsap met rijstkoekjes.
Tegen valavond bereiken we opnieuw longprikkelend CM. De rust van de voorbije 48 uur wordt door brommertjes en ander gemotoriseerd lawaai aan stukken gereten. Die avond schrijf ik nog een gogyohka-ode aan Lampang:
In de stilte van teak
klinkt voor een laatste maal
het gedempte ritme
van paardenhoeven
poi all'improvviso usci una lacrima.
Geplaatst door Magonia 07.12.2008 12:23 AM Gearchiveerd in Backpacking | Thailand







