over pekingeend en visaruns
Wat deed u tijdens de kerstdagen van 2008?
25.12.2008 - 25.12.2008
25 °C
Jens, de eigenaar van J&D-restaurant, loopt er zenuwachtig bij. De boot die de verbinding tussen Koh Payam en Ranong verzorgt, is vastgelopen op een zandbank. Het kerstdiner moest rond 16 uur in de haven arriveren. In zijn restaurant wachten ongeveer twintig mensen op de pekingeend die zich aan boord bevindt. Met drie uur vertraging arriveert eend ter plekke, net op tijd om de hongerigen te spijzen. Kerstavond in gezelschap van onbekenden terwijl een zeebries wolken onder de sterren blaast. Als we die avond op ons brommertje naar huis rijden, vallen er enkele dikke druppels uit de hemel, tranen voor wie het geen kerst kan zijn.

Kerstdag brengen we voor een groot gedeelte van de dag op het water door. De datum in ons paspoort geeft ons toelating om tot vandaag in Thailand te blijven. Als we willen verlengen, moeten we nog eens een visa-run doen. Vanuit Koh Payam is Ranong de dichtsbijzijnde plek om de oversteek naar een ander land te maken. Kerstdag is blijkbaar voor vele mensen niet alleen een dag van bezinning en lekker eten, maar ook van verplaatsing. De speedboot die ons op een half uurtje van ons bounty-eiland naar Ranong brengt, zit overvol.

Tussen de pier waar we aankomen en het immigatiebureau ligt slechts een drukke straat. Onderweg worden we aangesproken door een oude man met een perkamenthuid, dag na dag gelooid door het zout van de zee. Neen, aangesproken is niet het juiste woord: met zijn linkervuist slaat hij op de open rechterhand. Hij zegt alleen maar stamp. Echt onderhandelen over de prijs doen we niet. Het is Kerstmis voor iedereen en zijn prijs (400 THB) voor de overtocht lijkt ons meer dan fair. De Thaise immigratie is leeg. We laten ons het land uitstempelen en trekken naar de klaarliggende boot. Twee nieuwe tiendollarbiljetten bij? Kopie van de paspoorten? Na een bevestigend antwoord trekt hij de motor van de boot tot leven. We trekken ons los uit de kudde scheepsrompen die lui wiegend op het water drijven. Kawthong ( of Victoria Point, zoals de Britten deze zuidelijkste punt van Myanmar noemden) dankt haar (relatief) welvarend bestaan in de eerste plaats aan de bloeiende handel (lees: smokkel) met haar buurland en aan de toeristen die hier dagelijks een half uurtje van hun reistijd doorbrengen. Op weg naar het vasteland moeten we nog een paar controlepunten passeren, maar onze schipper en zijn bootsmaatje gidsen ons door de formaliteiten en drie kwartier later zetten we voor een tweede maal vaste voet aan land in Kawthong.

Aan de Birmese kant worden we opgewacht door toeristenjagers. Sommigen herkennen ons nog van twee weken geleden. No alcohol, no cigarettes and no pills. Ze laten ons gerust. Neen, we krijgen een beperkte escorte van drie jongeren mee. Ann heeft haar T-shirt aan met het Birmese alfabet. We hebben dadelijk een gespreksonderwerp. Zijn we al eerder in dit land geweest? Waar? Wanneer? Tijdens het drinken van een mierzoete thee en het eten van een heerlijke samosa kijken we om ons heen. Mannen gekleed in de traditionele longyi (lange herenrok) dopen donuts in hun thee, terwijl vrouwen met tanakaversierd gelaat afdingen bij de lokale winkelier.
Terug bij de Thaise immigratie krijgen we een nieuwe visumstempel: tot 8 januari mogen we in het land blijven.
Geplaatst door Magonia 26.12.2008 9:06 PM Gearchiveerd in Preparation | Thailand








dag Ann en Yves,
ik heb al erg genoten van jullie verhalen. We wensen jullie nog een heel deugddoende reis verder en we hopen dat 2009 brengt, al wat jullie ervan verwachten !
Mieke en Stan
26.12.2008 door miekestan