Een Travellerspoint blog

Sanur

De kleur van een geslaagde vakantie

sunny 32 °C
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

Waar overschreden we de onzichtbare scheidingslijn tussen de bucolische appreciatie van Ubud en de hedonistische platvloersheid van Sanur?

In bussen worden ze aangevoerd. Melkwitte lichamen met overgrote Samsonites en minieme inhoud. Hier lijken alle dagen op elkaar. Borst(en) insmeren, rug insmeren en bakken maar. Een geslaagde vakantie wordt gemeten in vierkante centimeters bruine huid. Uitgezakte, moeizaam voortsleffende creaturen op hun dagelijks traject van hotelkamer tot strandstoel. Geprangd in badkledij uit een voorbije mode en een vorig maatje hamsteren ze vanaf de vroege ochtenduren de zonnestralen die het vaderland hun ontzegt. Haar zonneregime is rigoureus: half uur op de rug, half uur op de buik waarbij manlief de blootgestelde vleeshoeveelheid onder een witte beschermende laag laat verdwijnen. De zeldzame momenten van waakzaamheid worden doorgebracht in het literaire pantheon van de doktersoman. Manlief doodt ondertussen de tijd met het leegstaren van het zoveelste flesje Bintangbier. Op zijn T-shirt lees ik in verkleurde letters I love Ba. De elasticiteit van zijn singlet verbergt de laatste lettergreep -li op zijn rug.

De lokale winkeliers doen er alles aan om het zonnevee zo professioneel mogelijk het geld uit de zakken te slagen. Alles is hier zo goedkoop in vergelijking met het thuisland, dan gaan we toch niet krenterig doen? Confectiematen beginnen hier van maatje XXL en eindigen ergens in lappen stof die ook al beschermhoes voor de wagen gebruikt worden. Hun snit en kleuren herinneren mij aan de tijd dat Scott McKenzie de stad van de Golden Gate in de onsterfelijkheid zong. Ze dragen stichtende opschriften als I Love Bali, Bintang Beer, Fuck the fucking fuck en No money, no honey. Het laatste opschrift wordt tot mijn grote verrassing professioneel aangewend door een lokale verkoper die zo zijn eigen gewonnen honing aan de man brengt.

Restaurants spelen ook gretig in op de culinaire verlangens van hun gasten. Meer dan eens worden we gewaarschuwd dat Restaurant X niet alleen een happy hour heeft van 10 AM tot 10 PM, maar dat ze bovendien ook Hongaarse goulash, Vlaams stoofvlees en broodje kroket serveren.

money_changer.jpg

Maar de hoofdprijs van de toeristenmaffia gaat met stip naar de tientallen geldwisselaars . Onwaarschijnlijke hoge wisselkoersen lokken niets vermoedende mensen naar hun winkeltje. Je hebt je dollars of euro's nog maar net bovengehaald of een maatje van de wisselaar zeikt je de oren van het hoofd: waar kom je vandaan? Hoe heet je? Waar logeer je? Een gans arsenaal afleidingsvragen wordt op je afgevuurd. Tijdens een onoplettend moment heeft wisselaartje de koers op zijn rekenmachine veranderd. Voor de tweehonderd dollar die je wisselt, krijg je 2.139.000 roepia. Op hun rekenmachine lees ik 213.900. In tussentijd ratelt maatje onophoudelijk verder. En wisselaartje telt: eenmaal, tweemaal, nogmaal. Hij legt 2 miljoen op de toonbank, telt nog 15.000 neer en vraagt of je 1.100 wisselgeld hebt (de rekenmachine toont immers 13.900 als laatste getallen). Ik wijs hem erop dat ik echter nog 139.000 roepia tegoed heb en dan begint het gezeik. Oh, ben ik vergeten te zeggen dat er vijf procent commissie is? Of dat bij nader onderzoek je dollarbiljet begint met het serienummer HL (heb ik dat al niet eens meegemaakt in Myanmar?) en dat die biljetten net in de categorie lagere wisselkoers vallen? Uiteindelijk heb ik het ganse arsenaal smoezen aanhoord en besluit met mijn ongewisselde dollars een andere wisselhaai aan de haak te slaan.

Of hij commissie rekent? Neen, natuurlijk niet.
Of de biljetten in orde zijn, serienummers enzo? Alles lijkt prima voor hem.
Ik lach zijn rekenmachinegefoefel weg en wijs hem erop dat de biljetten die hij stiekem achter de toog laat verdwijnen daarnet nog op mijn rechtmatig geldstapeltje lagen. Iets minder vriendelijk verzoek ik hem om me niet langer te bedriegen en me het rechtmatige bedrag uit te betalen. In een ultieme poging de zaak te redden, veegt hij de wisselkoers op zijn bord uit en schrijft een lagere koers op: Sorry, de koers was verkeerd. De nieuwe koers is de koers voor morgen. (deze man zou schatten verdienen op mijn werkplaats).
Ik vraag hem beleefd of er in Sanur 1 maffiabaas is die de ganse handel controleert, of dat er meerdere malfide bendes aan het werk zijn. Mijn vraag levert een verhitte woordenwisseling op tussen wisselaartje en zijn afleidingsmaatje. Deze laatste schudt schaapachtig het hoofd: only one. Het eerste eerlijke antwoord.

Geplaatst door Magonia 22:39 Gearchiveerd in Indonesië Tagged backpacking Reacties (2)

Relaxen op Bali

In het land van taxi en transport

sunny 30 °C
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

Cafe Latte? Capuccino? Ristretto?
Onze monden vallen open van verbazing. Enkele dagen geleden zou onze vraag naar een tasje koffie met een onverschillig meio (wat zoveel betekent als: we hebben het niet of je denkt toch niet dat ik voor twee mensen moeite ga doen) weggeglimlacht zijn. Het hectische Chinese bestaan heeft plaatsgemaakt voor een relaxed dolce far niente. Welkom op Bali.

Zodra we het aircokoele vliegtuig verlaten, worden we omhelsd door de tropische vochtige hitte. Alvorens we in het land toegelaten worden, moeten we grondig gedesinfecteerd worden. Bagage en passagiers passeren een voor een de menselijke carwash die eventuele sporen van varkensgriep wegsproeit. Na gekke koeien, blauwtongige schapen en hoestende vogels is het de beurt aan het varken om een nieuwe pandemie over de wereld te verspreiden. Van airhostess, verkoper in de duty-free tot douanebeambte gaan schuil achter een beschermend mondmasker. Tot op heden zijn 11.000 mensen aangetast. Een beperkt aantal zal het virus niet overleven. Op 22 mei werd de wereldbevolking geschat op 6.781.521.494. (volgens wikipedia). We lopen statistisch een risico van 0.00016%. Waarom geloven vele mensen dan dat zij steevast tot die groep zullen behoren?

DSC01566__Small_.jpg

Zoals afgesproken staat Blue Eyes ons op te wachten in de aankomsthal. Langs smalle baantjes die amper voldoende ruimte bieden om de wriemelende verkeersstroom in goede banen te leiden, rijdt hij ons naar Ubud. De avondzwoelte kleeft zweterig op ons lichaam. We verlangen naar een douche. De Balinees met felblauwe ogen zwijgt tijdens de rit geen moment. We zijn verbaasd over zijn kennis van de Engelse taal. Voor het eerst in maanden kunnen we ons opnieuw uitdrukken in volzinnen, maar toch betrappen we er ons meermaals op onze woorden kracht bij te zetten met gebaren.
We ruiken gebakken rijst en look die vanuit het niets de wagen binnenzweven. De autolampen verlichten slechts enkele meters, de rest hult zich in de een kleed van avondzwart. In de guesthouse worden we aangesproken als friends of Mister Tom. Ook tijdens het ontbijt worden we extra in de watten gelegd. We vragen ons af wat een maffiafiguur die Mr. Tom hier wel moet zijn ;-)
Overvloedige plantengroei tovert de omringende binnentuin om tot een oase van rust. We trekken ons terug op ons terras in het gezelschap van Dhr. H. Murakami en Mevr. E. George. Werken naast de deur drillen ons echter terug naar de non-literaire realiteit. Aan de receptie begrijpt men ons probleem, maar door de werken naast te deur is stilte ver te zoeken. We besluiten een andere guesthouse te zoeken.

Transport? Taxi? Where you go? Maybe tomorrow? De chauffeurs liggen lui geleund tegen hun wagens. Iedereen probeert een graantje mee te pikken van de toeristische aanwezigheid. Zo slagen ze er misschien om hun karig loon van nog geen 70 dollar per maand een beetje op te krikken. Het enige dat we nu willen is rust. Geen probleem. Maybe later, knikken ze vriendelijk een goedendag.
Dagen vliegen voorbij in een web van ledigheid. We struinen langs prachtige designwinkeltjes, lezen voor het eerst in lange tijd een krant, laten onze spieren tot een opperste extase van rust masseren en genieten van een heerlijke fusionkeuken met een glaasje Chardonnay erbij. Ann geniet van yogalessen terwijl ik me in het Blanco Renaissance Museum laat overweldigen door de picturale expressie van de Dali van Bali, don Antonio Blanco.

DSC01588__Small_.jpg

Een week vliegt voorbij. We ruilen het kunstenaarsparadijs Ubud voor de stranden van Lovina. Hier maken we voor het eerst sinds Cambodia een strandwandeling. We delen het grijszwarte vulkaanzandstrand met de lokale vissersbevolking. Veel zwerfvuil, maar ook veel hartelijke hello's. In Lovina is er volgens onze reisgids niets te beleven, en gelukkig klopt dit. In sneltreinvaart verdwijnen uitgelezen boeken uit onze rugzakken. Strandverkopers trachten ons tevergeefs te overhalen om te gaan snorkelen of naar dolfijnen te gaan kijken. Vanop ons terras observeren we de bootjes tegen een weekblauwe achtergrond van een vroege ochtend en genieten 's avonds van de zon die deze kant van de aardbol verlaat. Het echte toeristisch seizoen begint pas eind juni. Teveel kamers, te weinig gasten.

DSC01592__Small_.jpg

De mist kruipt vanuit de heuvels langs boomkruinen naar de randen van de vallei. In nog geen kwartier is de omgeving verdwenen in de duifgrijze mist. Met de mist komen de regens. Ik kan uren naar de regen luisteren, hoe hij 's nachts op de pannen zijn eigen watersymfonie componeert, hoe hij tijdens de dag onstuitbaar een watergordijn optrekt. Over de dikte van de druppels, hun geluid op de bladeren, hoe ze aanvoelen op je gezicht, je kledij doordringen met een warme vochtigheid. Langzaam kruipen kruinen en heuvels uit de mist tevoorschijn. In de heuvels van Munduk, een gehucht op de weg van Lovina naar Denpasar, trekken we tussen regenbuien door langs koffie- en cacaoplantages naar twee watervallen.

We zijn klaar voor een nieuwe uitdaging. We trekken naar Sanur, een toeristische kustplaats in het zuidoosten. Nog geen Kuta (vergelijk dit met Benidorm tijdens de zomermaanden) maar toch wel druk. De volgende dag nemen we afscheid van Munduk en gewapend met een kritische observatieblik duiken we in het leven zoals het is … Sanur.

Geplaatst door Magonia 22:11 Gearchiveerd in Indonesië Tagged backpacking Reacties (1)

Rubens in Shanghai

Stad van de sneuvelende records

semi-overcast 27 °C
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

Om duizend jaar geschiedenis te zien, ga je naar Beijing. Om het hedendaagse China te zien, moet je in Shanghai zijn. (Chinees gezegde)

DSC01473__Small_.jpg

Nog 361 dagen scheiden Shanghai van haar wereldoptreden. Na de Olympische Spelen in Beijing is het de beurt aan de stad aan de Huangpurivier om de wereld te verbazen met de nieuwe Grote Sprong Voorwaarts. In de ganse stad weerklinkt koortsachtige werfactiviteit. Tientallen gebouwen verschuilen zich achter een sluier van renovatie. Overal in het straatbeeld duiken blauwe abstracte figuurtjes op, de mascotte van de Wereldtentoonstelling die op 1 mei 2010 haar deuren opent.

oldshanghai__Small_.jpg
(foto van Shanghai uit de oude doos)

Niets herinnert nog aan het bescheiden vissersdorpje dat Shanghai was in de 18e eeuw. De Opiumoorlog en de daaropvolgende Chinese nederlaag zette de deur open voor de Westerse mogendheden. Sindsdien is de groei van dorp naar metropool nooit opgehouden. De Franse journalist Albert Londres omschreef het als volgt: 'Er zijn steden waar kanonnen worden gemaakt en steden waar ham wordt geproduceerd. In Shanghai maakt men geld.'

DSC01488__Small_.jpg
(inspectie van de verkoopstroepen)

In deze heksenketel is rust ver te zoeken voor twee mensen die reeds acht maanden onderweg zijn. In Nankingstraat, de shoppingader die meer dan 5 km lang is, worden we elke vijf meter aangesproken om tassen, schoenen, uurwerken of dvd's te kopen. In verdoken achterkamers achter bonafide winkeltjes speelt zich een ganse spiegeleconomie af. Copyright wordt hier niet ten onrechte beschouwd als the right to copy. Sporadische razzia's moeten de indruk wekken dat de authoriteiten het probleem willen aanpakken. Maar de Chinese handelsgeest primeert: voor elke vraag moet er een aanbod zijn, al dan niet legaal. Aan de deuren van immense winkelgalerijen wachten ongeduldige shoppers tot hun koopmekka opent. Het personeel staat in militaire slagorde op straat, krijgt een verkoopsdrill en doet daarna samen verplichte turnoefeningen.

DSC01409__Small_.jpg

Antwerp lies along the river Scheldt at the heart of North Western Europe. (…) Antwerp is precisely what you would expect from a city: heartwarming, unaffected but also lively and cosmopolitan and variegated. (…) lees ik in de brochure A story of the image, old and new masters from Antwerp. De tentoonstelling in het Shanghai Art museum exposeert namen als Van Dyck, Rubens en Tuymans. Braeckman, Bijl en Claerbout. Terwijl we door de tentoonstelling dwalen, wijken tijd en ruimte. Dit is niet langer Shanghai in mei 2009, maar Antwerpen mei 2008. Ik wandel over de gedempte Zuiderdokken richting Muhka, ik laat me drijven langs de zalen, laat kunst en stilte op me inwerken, vorm mijn eigen ervaringstentoonstelling. De realiteit roept me terug. Chinees museumbezoek is een fotografiewedloop. Ondanks de aanwezige verbodstekens en suppoosten wordt elk kunstwerk vluchtig gefotografeerd, het familielid met obligate v-vingergebaar als middelpunt van de compositie. Persoonlijke meningen worden luidop gefulmineerd en dikwijls met een apprecierende rochel afgesloten. In sneltreinvaart worden zalen en kunstwerken afgewerkt: fast-foodcultuur. Thuis zal men wel naar de foto's kijken.
Na het museumbezoek wandelen we door het aanpalende Park van het Volk. Twee studentes spreken ons aan. Of ze hun Engels mogen oefenen. Meestal leidt dergelijke oefening tot een veel te dure theeceremonie. Een kwartiertje later en veel verkoopspraatjes verder druipen ze af op zoek naar gewilligere slachtoffers. Students? Practising English? Wonderful. Het koppel zestigers op gympen met witte sokken is onmiddellijk gecharmeerd door de vriendelijke studentes. Ze zijn nog maar twee dagen in China en everything is great.

DSC01528__Small_.jpg

DSC01512__Small_.jpg
(nu begrijpt u ook meteen de bijnaam de flessenopener)

DSC01501__Small_.jpg
( zicht vanuit de Jinmaotoren)

Via een futuristische tunnel onder de Bund bereiken we Pudong, het economische hart van de stad. Shanghai is een stad van records: het hoogste hotel ter wereld, de grootste luchthaven van China, het grootste aantal mobiele telefoons. Meer dan drieduizend wolkenkrabbers reiken naar de sterren die achter een deken van welvaartssmog verscholen gaan. Meer dan tweeduizend andere bouwprojecten wachten op voltooiing. Vanop de 88ste verdieping van de Jinmaotoren hebben we een prachtzicht op de bouwwerf die Shanghai momenteel is. De nabijgelegen Financial Tower – bekend als de flessenopener - heeft een nieuw hoogterecord gevestigd met meer dan honderd verdiepingen. De plannen van de Torre Bionica met een hoogte van anderhalve kilometer zijn door de crisis voorlopig van de tekentafel verdwenen. Met een snelheid van 9 meter per seconde voert de torenlift ons weer naar de begane grond. Vanop de promenade bewonderen we de architectuur aan de overzijde van de rivier. Vandaag staan hier nog steeds de mooiste voorgevels van het Shanghai tijdens de roerige jaren 20. Het Peace Hotel, parel aan de kroon van toenmalig tycoon Victor Sassoon, verschuilt zich achter een renovatiesluier. Ooit was dit het hoogste gebouw van de Bund. De torens en wolkenkrabbers aan deze kant van de rivier lachen met de dwergen aan de overzijde. De maalstroom voert ons dieper in de stad en haar monumenten: musea, huizen van beroemde Chinese politici, een acrobatisch optreden en de opera. Ze razen in sneltreinvaart voorbij.

DSC01529__Small_.jpg
(pareltjes van architectuur op de Bund)

Tot 23 uur prijzen de eethuizen aan de overzijde van ons hotel luidkeels hun spijskaart aan. We kunnen niet slapen. De kamer is bloedheet. De airco heeft het laten afweten. Bij de receptie stuit ik op lach 24: en-wat-wil-je-dat-ik-daaraan-doe-lach. We betrappen er onszelf op dat we de dagen in China beginnen af te tellen. We zijn verzadigd. China is een minnares die teveel van je vergt. Onze zintuigen hebben een L3-overkill: licht-,lucht- en lawaai. Die nacht word ik wakker van lawaai in de gang. Aan beide kanten van de gang staan -naar aloude Chinese gewoonte- kamerdeuren open, het volume van de televisie op maximum, een mist van sigarettenrook, de kamer vol roepende Chinezen. Het is half twee. Niet alleen New York is een stad die nooit slaapt. Na twee en een halve maand China zijn we dringend aan rust toe, rust die we hopen te vinden op Bali.

Geplaatst door Magonia 1:00 Gearchiveerd in China Tagged backpacking Reacties (1)

Kafka in China (deel 2)

Net wanneer je denkt dat alles in orde is ...

sunny 23 °C
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

De beste manier om een chaos te veroorzaken is alles regelen. (K. Boullart)

In Shanghai nemen we afscheid van Mr. Kiwi. Hij neemt de luchthavenbus naar de stad, wij de Maglev. Deze magnetisch aangedreven trein is een technologisch hoogstandje van het nieuwe China. Met een topsnelheid van 301 km/u bereiken we na nog geen acht minuten de eindhalte. Wij krijgen echter nog een aantal staaltjes van het oude China te verwerken.

maglev02.jpg

Ons hotel heeft een eigen ticketoffice waar we onze vlucht naar Bali willen boeken. Bali? Er verschijnt een groot vraagteken in de ogen van de man over ons. Indonesia, probeer ik? Daar heeft hij inderdaad al van gehoord. Terwijl hij de vluchtgegevens opzoekt, gaat hij ongestoord verder met het onderzoek van zijn beide neusgaten. Hij rekent ons maar liefst 30% commissie aan. Wanneer we hem vertellen dat we diezelfde vlucht een half uur geleden nog op het internet zagen, zegt hij dat we ze daar dan maar moeten boeken. Hij verdiept zich opnieuw in zijn neusvleugels en zijn computerspelletje hartenjagen.

Volgens onze reisgids kan de dienst van toerisme (die zich gelukkig niet zover van ons hotel bevindt) ons ook verderhelpen: (…) Je kunt er terecht voor het reserveren van een hotelkamer, trein- (kleine commissie) of vliegtuigtickets (geen commissie). (Trotter, p. 284). Ter plekke blijkt dat ze deze vlucht niet kennen. Hun tegenvoorstel is omslachtig en … bedraagt meer dan het dubbele van de internetprijs. Ik stel de baliejuf voor om zelf eens naar ELONG (Chinese website te vergelijken met onze Airstop) te surfen om onze informatie te verifieren. No internet, verzekert ze me, terwijl ze verdersurft naar haar vrienden op de chatsite.

Ondertussen is het middag en we staan nog even ver als enkele uren geleden. We wagen het erop om dan maar zelf via internet te boeken. Alles werkt zoals bij een normale website tot de Chinese bureaucratie de overhand krijgt. Alvorens ze de vlucht willen bevestigen, moet ik eerst een copie van de paspoorten en mijn kredietkaart doorfaxen, gegevens die ik net via de website ingegeven heb. Het businesscenter van ons hotel wordt met strenge hand geleid door een dame die reeds pensioensgerechtigd was toen IBM nog experimenteerde met de eerste computers. Met lede ogen moet ik aanzien hoe drie copies maken en het geheel doorfaxen een half uur in beslag neemt. Gelukkig is Ann in de buurt die met een glimlach de dictator paait en mij tegelijk met een kwade blik aan mijn stoel kluistert. Wanneer ik de faxbevestiging in handen krijg, overvalt me het euforisch gevoel dat we de Chinese red tape verslagen hebben.

Twee uur later krijg ik een mail dat de copie van de kredietkaart niet goed leesbaar is en dat ik alles moet inscannen en dan doormailen. Aan onze hotelbalie vraagt de bediende me om het woord SCANNER op te schrijven, waarna ze het door een vertaalcomputer jaagt. Mei jo (hebben we niet), lacht ze en verwijst me door naar het internetcafe om de hoek.
Daar is men heel resoluut: geen scanner. De puistenpuber die me deze boodschap meedeelt, leunt nonchalant op de … scanner die de paspoorten inscant van iedereen die internet wil gebruiken. Ik kan me net voldoende bedwingen om zijn gelaat niet voor het nageslacht vast te leggen op scan en trek de virtuele deur achter me dicht. Een paar gebouwen verder duik ik het Sofitel binnen en laat daar de nodige bestanden scannen. Tien minuten later sta ik op straat met de gewenste info. Voor de prijs van deze dienstverlening kunnen we in Bali een nacht slapen. Ik mail de gescande documenten door. De volgende ochtend krijgen we bevestiging dat alles in orde is.

We passen ervoor om de bevestigingsmail door de computerdictator te laten afdrukken. In het jeugdhotel om de hoek is men resoluut: we kunnen alleen maar kleurenprints laten afdrukken. Kostenplaatje: 1 euro per pagina. Zwart wit is niet mogelijk. Dan moeten we maar elders gaan. De woordenwisseling die volgt is gelukkig voor beide partijen onbegrijpelijk, maar we verlaten het pand met de gewenste zwartwitbescheiden en een vloekende juf die ons bezweert dat we nooit meer een toets van haar klavier mogen aanraken.

Alles lijkt in orde. We zullen het echt geloven als we op het vliegtuig stappen.

(ik, Ann, verklaar hierbij dat elk detail van bovenstaand verhaal waar is en niet berust op de fantasie van de auteur)

Geplaatst door Magonia 5:24 Gearchiveerd in China Tagged tips_and_tricks Reacties (2)

Kafka in China (deel 1)

Vlucht naar nergens

overcast 21 °C
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

Stress is when you wake up screaming and you realize you haven't fallen asleep yet.

Steeds meer passagiers verlaten de wachtruimte. Vlucht CA 1948 van Chengdu naar Shanghai laat op zich wachten. De intercom spuit het ene dienstbericht na het andere, maar de Engelse vertaling gaat verloren in Chinees geroezemoes. Wanneer steeds meer mensen zich rond het aanwezige baliepersoneel verdringen, besluit ik om ook te informeren. Flight delayed, klinkt het antwoord van een stressende bediende. How long, wil ik weten, maar een wanhopig schouderophalen is het enige antwoord. No time, voegt hij er nog aan toe. In vakjargon betekent no time evenveel als no flight. De Japanse toerleider naast me bevestigt mijn vermoedens. Achter de balie doet men verwoede pogingen om zijn groep over te boeken op een andere vlucht. Ook al laat het aankondigingsbord anders vermoeden, vlucht CA 1948 zal die dag niet meer vertrekken.

We vertrekken vanuit een slechte startpositie. De helft van de passagiers is reeds vertrokken en … ze spreken Chinees. Op onze inverse tocht langs de douane krijgen we het gezelschap van een Chinees die al jaren in Nieuw-Zeeland woont. Zonder woorden vormen we een musketierschap op zoek naar lege vliegtuigstoelen. Hij spreekt Chinees en wij zijn minstens 2 koppen groter dan de aanwezige concurrentie. Aan de balie van Air China zijn de gemoederen ondertussen aardig verhit. Tientallen Chinezen verdringen zich rond de koortsachtig rondbellende bedienden. Langs alle kanten smijt men paspoorten en waardeloze instapkaarten op de balie. Mr. Kiwi neemt onze paspoorten en gooit zich in kamikazestijl tussen deze massa. Tien minuten later verschijnt hij met een opgeluchte glimlach uit het deinende kluwen met drie refertenummers die ons een plaats garanderen op de vlucht van China Eastern die twee uur later vertrekt. Kiwi-Belgie:1-0

Nu begint het tergende wachten op onze bagage die reeds ingecheckt was. Met mondjesmaat verschijnen enkele koffers. Mr. Kiwi verdwijnt opnieuw in de gele bende. Roepen en dringen gaan crescendo. Op dat moment besluit ik om in actie te komen. Ik druk onze bagagenummers bijna in de neusgaten van de verschrikte bediende en roep dat wij nu samen naar de catacomben van de luchthaven afdalen om te kijken waar de rest van de bagage blijft. You're good at this, zegt Mr. Kiwi en overhandigt me spontaan de paspoorten. Het manoeuvre heeft succes want uit het niets duiken vier kruiers op die in sneltreinvaart de bagage bovenbrengen. Kiwi-Belgie: 1-1.

Met bagage en nieuwe ticketnummers hollen we naar de incheckbalie van Eastern Airlines. We kiezen voor de kortste wachtrij, die met een rode loper. De westerse grootte en het kiwichinees doen wonderen: de baliejuf helpt ons verder tot haar computer blokkeert. Ze kan geen instapkaarten afleveren omdat onze namen nog steeds geregistreerd staan op vlucht CA 1948. De telefoons staan ondertussen roodgloeiend, de omstaanders ook. In een wanhopige poging ons te helpen duikt incheckdame uit haar veilige cocon om eigenhandig de tickets te laten schrappen. Ik ren met haar mee om zeker te zijn dat niets in haar weg kan komen. Kiwi-Belgie: 1-2.

Tien minuten later ratelen haar vingers over het toetsenbord om onze instapkaarten af te leveren. Op dat moment wringt een Chinees zich tussen Kiwi, Ann en mij, gooit zijn paspoort op de balie en zijn koffer op de transportband. Mr. Kiwi gaat de verbale strijd aan met de indringer, terwijl ik zijn koffer even vakkundig van de band verwijder. Drie tegen een, hij geeft zich gewonnen. Onze bagage krijgt een bestemmingssticker PVG, Shanghai Pudong. We hebben nog een half uur. We glippen langs de diplomatieke wachtrij van de douane, maar worden teruggefloten. Met onze paspoorten in de hand legt Mr. Kiwi het probleem uit en we mogen passeren: Kiwi-Belgie : 2-2.

Uitgeput ploffen we op het laatste nippertje neer op vliegtuigstoelen 41D en 26F en 14A.

Geplaatst door Magonia 2:12 Gearchiveerd in China Tagged air_travel Reacties (0)

(Berichten 16 - 20 uit 96) « Pagina 1 2 3 [4] 5 6 7 8 9 10 .. »