Een Travellerspoint blog

De (lijdens)weg naar Lhasa

Erger dan de processie van Echternach

semi-overcast
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

Het is officieel: Tibet is opnieuw open voor buitenlandse toeristen. De geruchten die we in Kunming opvingen, blijken waar. In het reisbureautje waar we informeren prijkt het zelfs in grote letters op de map van hun reistours. In gedachten dwalen we reeds lang de Jokhangtempel, genieten van Tibetaanse boterthee en bekijken vol bewondering de Potala die majestueus afsteekt tegen haar omgeving.

De trein naar Lhasa? Neen, dat is ook geen enkel probleem. Weet wel dat je twee volle dagen onderweg bent.
Hoeveel dagen willen jullie Tibet bezoeken? We hebben een programma van vier en van acht dagen.

We lachen deze korte periode vriendelijk weg. Om eerlijk te zijn denken we aan twee weken.
Een frons trekt over het lachende maangezichtje voor ons.

Zo lang? Alleen maar om Lhasa en omstreken te bezoeken?
Ze biedt ons een zorgvuldig samengesteld programma aan van … vier dagen. Aan het station worden jullie opgevangen door een gids die jullie naar het hotel begeleidt. De volgende dag bezoeken jullie, onder zijn begeleiding de Potala, Jokhang en Barkhor. De volgende ochtend gaan jullie vroeg op weg om de tempels in de omgeving van Lhasa te bezoeken, rijden daarna door naar het Namtsomeer en de laatste dag worden jullie keurig weer op het vliegtuig naar Chengdu afgeleverd.

We worden al moe als we het propvolle reisschema onder ogen krijgen. Ook voor accomodatie wordt gezorgd? We lachen het voorstel weg, maar voelen de hindernissen opduiken: een verplicht programma, niet zelf mogen kiezen waar we willen slapen, escorte in en uit het land?

En als we langer willen blijven?

Haar glimlach vernauwt zich tot een lijntje dat haar gelaat doorsnijdt.

Waarom zou je nog blijven? Dan heb je toch alles gezien?

We dringen voorzichtig aan. Gewoon. Relax genieten op een terras, tasje koffie erbij.

Ze begrijpt het niet. Dat kan je toch ook hier in Chengdu. Ze schuifelt heen en weer op haar stoel.
Je kunt steeds een gids huren voor de overige dagen.

We begrijpen haar voorstel. Onze vraag staat niet in het boekje. We willen geen van beiden gezichtsverlies leiden, en ze hoopt dat deze dure oplossing ons tevreden zal stellen.

Een gids die toekijkt hoe we op een terras zitten, met elkaar praten en niet-begrijpend staart naar de woorden die ik neerpen? En daar dan nog voor moeten betalen? Maar, hij is toch niet altijd bij ons, proberen we nog.

Toch wel, houdt ze vol. Maar geen probleem, dat is zijn taak om er steeds voor jullie te zijn. Haar glimlach is verdwenen, het geschuifel luider geworden.

We bedanken haar voor het voorstel en zeggen haar dat we er nog eens over zullen nadenken.
Ook elders vangen we bot. Dezelfde stringente voorwaarden zijn blijkbaar overal van toepassing.

Met spijt in het hart schrappen we Tibet als bestemming. Het land mag dan opnieuw open zijn, maar het opgelegde reisschema en de verplichte begeleiding doen ons het omgekeerde vermoeden.

pp.jpg
(Het zal niet voor deze keer zijn)

Geplaatst door Magonia 0:36 Gearchiveerd in China Tagged backpacking Reacties (2)

K114 (als ik ... was)

Met dank aan Peter K.

overcast 19 °C

De schemer valt in. Vanuit het oosten nadert een ernstige nacht,
zwijgzaam en bezorgd.
De nacht komt uit Azie en stelt geen vragen.

(Jardin de Luxembourg, Adam Zagajewski)

De inktzwarte tunnels gaan bijna ongemerkt over in de nacht. De trein van Kunming naar Chengdu verdwijnt in een voorbije dag. Langeafstandstreinen zijn een anachronisme geworden in deze tijden van snelle verplaatsingen. Maar treinen brengen je ook op plaatsen waar ander verkeer taboe is. Heuvels waarop schapen en geiten lijken te kleven, worden door honderden spoortunnels genadeloos doorboord. Als ik mijn ogen sluit, openbaart zich een caleidoscoop van veelkleurige Rorschachtests. Vlekken die je er op wijzen dat je onderweg bent. Een vliegtuig gunt je slechts een overzichtsblik van de aardse schoonheid, een wagen haarspeldbocht je eromheen, maar de trein zorgt ervoor dat je je er steeds middenin bevindt.

DSC01000__Small_.jpg

Witglazuurtegelhuizen, spoorwerkers die eerbiedig opzij gaan als de stalen golem voorbijdendert, rails die wachten op nieuwe bestemmingen, bakstenen klaar om omgetoverd te worden tot nieuwe woningen, de trein laat toe om het in slow motion op te nemen.
Maar de trein is ook een gedwongen ontmoetingscocon. Gedurende achttien uur deel je een compartiment met mensen die je nooit gezien hebt en die daarna wellicht even snel weer uit je leven verdwijnen, maar op dat moment zit je over elkaar: observatoren van het menselijk ras. Je staart naar buiten, leest en eet, luistert naar muziek en uiteindelijk vinden woorden hun weg. Onze overburen in het Chinees, wij in het Nederlands, beiden voeren we een conversatie van lichaamsdelen en onbekende klanken.
Mocht ik Michael Palin geweest zijn, dan zat over mij ongetwijfeld de neef van de laatste Grootmogol, die mij zou uitnodigen op een receptie in zijn paleis.
Mocht ik Paul Theroux geweest zijn, dan zou ik, na de ontsporing van de trein, gered worden door de lokale bevolking die me zou verzorgen tot ik mijn geheugen terug had.
Mocht ik Kristien Hemmerechts geweest zijn, dan deelde ik wellicht mijn compartiment met een geoloog die me zou onderrichten over de verschuivingen in de aardlagen die plaatsvonden in het tertaire tijdperk, terwijl ik hem zou zeggen dat het gewoon de vrouwelijke natuur is die zich weigert te onderwerpen aan de grillen van de mannelijke oerkrachten.

DSC01007__Small_.jpg

Maar ik ben mezelf en over mij slurpt een vrouw luidruchtig haar instantnoedelsoep binnen, terwijl ze staart naar de berichten op haar mobieltje. Naast haar kijkt een oudere man naar een Chinese soapserie, terwijl hij tegelijk de beweging van mijn pen op papier volgt. In de gang passeren voorbijgangers op weg naar de restauratiewagen, houden even hun pas in en tonen mij een glimlach die varieert tussen een welkomstgroet en totale verbazing. Ze weten wellicht niet dat het juist die glimlach is die het verschil maakt tussen zich verplaatsen en reizen.

Geplaatst door Magonia 2:49 Gearchiveerd in China Tagged train_travel Reacties (1)

Een vliegtuig stort neer in Shangri-La

Een streek Tibetaanser dan Tibet

semi-overcast 10 °C
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

1931. Een vlucht van Baskul naar Peshawar stort neer. De piloot overleeft de crash niet. De vier inzittenden worden gered door een voorbijtrekkende karavaan, die hun meevoert naar een plek genaamd Shangri-La.

Hoewel sommige Chinezen het wel zouden willen, is deze poetische en vreemde naam niet die van een stad, een streek of een land. De naam roept een denkbeeldig koninkrijk op, een ideale wereld, een soort verloren paradijs. Maar waarom Shangri-la? Alles begint met een reportage voor National Geographic van de hand van de Amerikaanse avonturier Joseph Rock. James Hilton, een Britse auteur, liet zich hier in 1933 door inspireren voor zijn roman Lost Horizon. Hilton beschreef in zijn boek een mysterieuse streek, met de naam Shangri-La , in het zuidwesten van China, verscholen tussen de bossen, de bergens en de canyons. Net als in het aards paradijs leven de inwoners er op een ecologische en vreedzame manier, volledig in harmonie met de natuur en, met behulp van een geheim elexir, voor eeuwig en altijd.
De roman werd door Frank Capra verfilmd, met dezelfde titel, Lost Horizon. Vol mystieke verwijzingen droeg de film bij tot de verspreiding van de mythe bij het Amerikaanse publiek. Journalisten en avonturiers vlogen naar Oceanie (zelfs naar Azie, naar de Molukken!), op zoek naar dat raadselachtige koningrijk, dat ieders verbeelding aanwakkert. Ze waren even volhardend als de westerlingen met hun obsessie voor het aards paradijs tijdens de middeleeuwen. Natuurlijk ontdekte niemand ooit wat … Zo werd Shangri-La een legendarische streek in de verre westelijke uithoek van Tibet, die enkel in de verbeelding van de mensen bestaat. De naam is waarschijnlijk een verbastering van Shambala.
Waren de Chinese specialisten, met elk hun eigen motieven, niet tussengekomen, dan kon de geschiedenis hier geeindigd zijn. Maar de specialisten ontdekten gemeenschappelijke kenmerken tussen hun eigen streek en de wonderlijke denkbeeldige wereld van Hilton. Er barstte een echte strijd los, niet in het minst om de toeristen. In 2001 besliste de Chinese overheid in het voordeel van Zhongdian, jammer voor Lijiang en andere kleinere concurrenten. Sindsdien zijn officiele bestaanspapieren voor het district Shangri-La in de hele wereld verspreid. Tot voor kort bleef het voor ons, zoals voor de meeste mensen hier, gewoon Zhongdian. Maar het moet gezegd, de naam Shangri-La wordt steeds meer gebrukt en verdringt langzaam maar zeker de oude naam van de stad. We passen ons dus maar aan en hebben het voortaan over Shangri-La. In China blijft de grens tussen mythe en realiteit beslist heel dun.

(Trotter, China, p. 474-475)

1DSC00664__Small_.jpg
(Shangri-La in de sneeuw)

DSC00957__Small_.jpg
(en in de zon)

DSC00871__Small_.jpg
(lokaal huisdier)

Als ik van het busstation naar een wachtende taxi wandel, bonken mijn hersenen bijna vanonder mijn schedelpan. Shangri-La wijst me er abrupt op dat ik me op meer dan drieduizend meter boven de zeespiegel bevind. Onderweg naar de oude stad vechten de ruitenwissers een verbeten strijd met de neerdwarrelende sneeuw. De thermometer is gedaald tot vriespunttemperaturen. Onze fleece vecht een tevergeefse strijd met de weergoden. Onze eerste stop is dan ook een van de vele Adventure Store-achtige winkels die de stad rijk is. We schaffen ons handschoenen en mutsen aan, trekken een aantal T-shirts over elkaar aan en als twee onmodieuse marsmannetjes trotseren we de verlaten, gladde straatjes. Ben je ooit ergens op een plek belandt waarvan je intuitief weet dat je je er dadelijk thuis zal voelen? Ondanks de geselende koude wind, blijven we door de straatjes dwalen en als onze vingertoppen dreigen af te vriezen, duiken we een van de vele gezellige restaurantjes binnen om ze opnieuw te ontdooien rond een tas heerlijke, dampende koffie. De verlenging van ons Chinees visum is slechts een formaliteit. Tibet blijft echter tot nader bericht gesloten. Maar rondom ons leeft het echte Tibet, veel Tibetaanser dan Lhasa, wordt er meer dan eens verteld. Mannen met zongelooide huid en diklederen mantels kleuren het straatsbeeld. Vrouwen met gerimpelde gezichten, als fruit uit een voorbije herfst, verkopen allerhande soorten vlees en groenten op stokjes. Een eenzame yak en een kudde varkens mengen zich tussen het verkeer. Die nacht slapen we overheerlijk onder een elektrisch deken, een serene nacht onder de Tibetaanse sterrenhemel. Shangri-La is heerlijk slapen.

0DSC00670__Small_.jpg

De volgende ochtend ligt de stad opnieuw onder een deken van sneeuwwolken. Na een Chinees ontbijt van rijstsoep met gepekelde groenten, spiegelei en een deegbol (geloof me, het smaakt beter dan het klinkt) voert bus 3 ons voor nog geen tien eurocent tot vijf kilometer buiten de stad. Hier bezoeken we het Songzahlinklooster, gebouwd in de zeventiende eeuw door de vijfde Dalai Lama. Neerdwarrelende vlokken hullen het klooster in een waas van groots verleden. Vanuit de gebeldshallen weerklinkt het doffe gedreun van Om Mani Padme Hum, de zeslettergrepige mantra van de Bodhisattva van Compassie. Bezoekers laten het afweten op deze koude dag. We dwalen bijna gans alleen door de kloosterstad, waar in rood gehulde monniken hun pas versnellen om de koude te ontvluchten.

DSC00690__Small_.jpg

Elke dag bij valavond verandert het dorpsplein (Sifang Jie) in een groots dansfeest. Macho's in lederen vesten, politieagenten in beroepskledij, toeristen in jeans, maar vooral locals in traditionele kledij dansen de avondkoude uit hun lichaam. Op het ritme van Chinese beats draaien ze in concentrische cirkels het plein rond.

9DSC00988__Small_.jpg

Wanneer we de volgende ochtend onze ogen openen, lijken we wel in een andere stad ontwaakt te zijn. Een strakblauwe hemel, af en toe doortrokken met een verdwaald schapenwolkje, nodigt ons uit op een nieuwe dag. Met een huurwagen (met chauffeur) laten we Shangri-La achter ons. Ons doel voor de dag is de pittoreske tempel van Dabao Si (Ringha klooster). De weg herinnert ons nog aan de sneeuwval van de voorbije dagen: zodra we de asfaltbaan verlaten, zijn we verplicht ons een weg te ploegen door diepe moddervoren. Over een heuveltop begroeid met cipressen klimmen we langs een kleurenlint van gebedsvlaggen naar het klooster. Dabao Si is pittoresk in haar verval. Drie monniken delen hun leefruimte met een kudde schapen, geiten en een arrogante kat. Langs besneeuwde bergtoppen rijden we verder naar Tian Sheng Bridge, naar de hot springs. Gans alleen genieten we van deze verwarming van de natuur en laten ons gaarstomen in een grotsauna. Shangri-La is heerlijk relaxen.

DSC00715__Small_.jpg

De volgende ochtend speelt de zon opnieuw verstoppertje achter de wolken. We slapen uit, genieten van een yoghurt met vers fruit en pannenkoeken als ontbijt en trekken voldaan op onderzoek in de oude stad. We beklimmen de trappen van de tempel die het oude stadsdeel overheerst. Naast deze tempel bevindt zich de grootste gebedsmolen van China. Met vereende krachten brengen Ann en ik het 24-meter hoge gevaarte in beweging in de hoop dat onze gebeden voor een wolkenloze dag verhoord worden. Morgen rijden we immers naar de White Water Terraces van Bashuitai en een rit van enkele uren in een muisgrijs gehulde omgeving verliest veel van haar charme. De namiddag brengen we lezend door terwijl nieuwe vlokken de straten kleuren. Ann leest verder in haar Duizend Schitterende Zonnen en ik laat me wegvoeren naar het Verloren Paradijs van James Hilton. Shangri-La is heerlijk wegdwalen in het nietsdoen.

DSC00928__Small_.jpg

On gebed voor een wolkenloze dag is slechts gedeeltelijk verhoord. Op weg naar Bashuitai kruipt de wagen door dikke mistlagen om een paar minuten later langs zonovergoten bergkammen te rijden. We klimmen naar 4.000 meter om dan in een ruk 1.400 meter af te dalen tot bij de terrassen. Gekristalliseerd calciumcarbonaat heeft zich gedurende millenia tegen de bergwand afgezet en vormt terrassen van water die zich spiegelen in de zon. We zetten ons op een bank en luisteren naar de stilte van de heuvels. Wolken tekenen grillige patronen op de terrassen en wind rimpelt het wateroppervlak. Alles stroomt. Shangri-La is meer dan eens genieten van de natuur.

DSC00796__Small_.jpg

Daar we tot op heden nog steeds geen zekerheid hebben of we een Tibet permit kunnen krijgen, besluiten we om dieper in het hart van Shangri-La te trekken. Deqing, de grootste stad voor Tibet, ligt op nog geen 80 kilometer van de grens. Uit verschillende hoeken vernemen we dat deze streek Tibetaanser is dan het land zelf. Op weg naar Deqing, op nog geen 200 km van Shangri-La, passeren we landschappen die op je netvlies en hart blijven kleven. Langs besneeuwde bergpassen, vergeten dorpen, kloosters waar de tijd lang geleden stilgezet is, valleien waar de Yangtze-rivier zich woest doorheen snijdt, bereiken we na een haarspeldbochtrit van meer dan zeven uur ons doel: Feilai Shi, een dorpje op nog geen tien km van Deqing. Bij helder weer heb je hier een onvergetelijk zicht op de Meili Snow mountains, waarvan Kawagebo, met zijn 6.740 meter, de hoogste top in Yunnan is. Tot op heden is er niemand in geslaagd ooit de top te bereiken. Wij stellen ons tevreden met een blik uit de verte. Maar de dame is verlegen en laat zich niet zien. Van onze gids vernemen we dat we morgen bij zonsopgang ons geluk opnieuw moeten proberen. Wanneer we de volgende ochtend ontwaken, hebben we vanuit onze kamer een prachtig zicht op … ochtendmist.

DSC00877__Small_.jpg

DSC00865__Small_.jpg

DSC00862__Small_.jpg

In de straat kijken amateur-fotografen uit naar een glimp van de pieken. Plots breken de wolken open en de bergen tonen zich in het roze van de ochtendzon. Fototoestellen registreren dit moment van ultieme schoonheid. Persoonlijk heb ik nooit begrepen waarom mensen zo gek zijn op bergen en besneeuwde pieken. Maar hier, bij de aanblik van wolken die in een langzame striptease, hun schoonheid prijsgeven, overvalt me dat gevoel van oneindigheid. Vanuit het raam valt mijn oog op een man. Hij richt zijn lens op de talloze gebedsvlaggen die hun gebeden naar de hemel sturen, met op de achtergrond de zonverlichte bergtop. Plots legt hij zijn fototoestel naast zich neer en knielt biddend neer. Zijn kledij raakt doordrongen van de nachtsneeuw, maar toch blijft hij knielen en bidden. Vanuit de kamer buig ik mijn hoofd uit respect voor de man en de natuur. Shangri-La is een nimmer aflatende mystieke ervaring.

DSC00887__Small_.jpg
(niet iedereen rijdt even goed op besneeuwde wegen)

DSC00881__Small_.jpg
(An en Mickey, wat denken jullie ervan?)

DSC00918__Small_.jpg
(zicht op de Yangtze-rivier)

DSC00899__Small_.jpg

Ondertussen zijn we opnieuw in Kunming, in ons vertrouwde Camelliahotel. De drukte van de stad staat in schril contrast met de rust die we vanmorgen achterlieten. Overmorgen vertrekken we met de trein naar Chengdu, stad van panda's en tempels. 18 uur sporen in een softsleeper of een uurtje vliegen? De prijs is hetzelfde. De dame die de treintickets verkoopt, kijkt ons onderzoekend aan: Rare jongens, die toeristen.

Geplaatst door Magonia 6:06 Gearchiveerd in China Tagged backpacking Reacties (2)

Lijiang, werelderfgoed wordt Chinees pretpark

We waren er tien jaar te laat

snow 12 °C
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

Je visum verlengen in China hangt volledig af van het humeur van de beambte die voor je zit. In Da Li vernomen we uit verschillende bronnen dat het hier slechts twintig minuten zou duren in plaats van de gemiddelde wachttijd van drie werkdagen. Het was de beambte haar dagje niet. Neen, niks van. De procedure houdt in dat we vijf werkdagen zouden moeten wachten op een visumverlenging. En … we moesten aan de politie een attest vragen waarin onze aanwezigheid in China bevestigd werd.
We nemen dan maar de minibus naar Lijiang om daar de procedure in te zetten en de stad te leren kennen. Na een paar uur van het betere bochtenwerk tussen stapels handelswaar, kranten en andere zitplaatsbelemmeraars bereiken we Lijiang.
De tegenstelling met Shuanglang kan niet groter zijn. Dit is een opgefokt Disneyland voor Chinese toeristen. Ze overspoelen de kasseistraatjes, poseren als schapen voor elk mogelijk winkeltje en maken herrie in het kwadraat. De visumverlenging moet maar wachten tot Zhongdian. Hier blijven we niet langer dan nodig.

DSC00596__Small_.jpg
(Kan het erger?)

DSC00603__Small_.jpg
(shop till you drop)

DSC00649__Small_.jpg
(en zo kan het dus ook zijn)

Aan de overkant van ons eerste hotel in Lijiang genieten de drie aanwezigen van de plaatselijke discotheek van een harde beat. Wij genieten mee vanuit ons bed. Ik doe geen oog dicht en besluit me aan te kleden en door nachtelijk Lijiang te dwalen. Kleine straatjes met kinderkopjes meanderen in het maanlicht. De donkere luiken van de gesloten winkels weerkaatsen het spaarzame maanlicht.

DSC00627__Small_.jpg
(op zoek naar rust)

DSC00636__Small_.jpg
(Naxi artiest)

Zondag brengen we door in het park. We genieten van een tasje thee, een optreden van Naxi-muzikanten en vooral van de rust die we de laatste dagen gemist hebben. We vieren Ann haar verjaardag in een Italiaans restaurant (zie je ons dat thuis al doen) met een glaasje Tibetaanse witte wijn, rundscarpaccio en penne gevuld met verse zalm.
Ons vertrek uit Lijiang eindigt in mineur. In het hotel worden we bedrogen met de bustickets, de taxichauffeur wil geen meter opzetten en tijdens de busrit naar Zhongdian genieten we vijf uur van de zweetvoeten van de monnik achter ons.

In Zhongdian valt de Lijiangfrustratie van ons af. De bergen liggen verscholen achter een dik wolkendek, het is er berekoud, maar … de sfeer is heerlijk. Chinese herrie maakt plaats voor Tibetaanse rust. Veel dichter bij de Tibetaanse grens kunnen we niet geraken.
We slagen er zelfs in om binnen het half uur ons visum voor een maand te verlengen. We vernemen wel dat Tibet tot nader bericht gesloten blijft voor westerlingen. Misschien midden april, misschien begin mei, men weet het zelf niet. Voor de zoveelste maal zien we ons verplicht onze reisroute aan te passen.
Die nacht slapen we heerlijk onder drie dekens. We ontbijten met yoghurt en vers fruit, drinken er Mandheeling koffie bij. Een vuurtje houdt ons warm. Buiten sneeuwt het. Neil Young klinkt door de luidsprekers. Te luid gaat hij op zoek in Hollywood naar zijn gouden hart. En ik … geniet met vollehst teugen van mijn verjaardag.

Geplaatst door Magonia 0:13 Gearchiveerd in China Tagged backpacking Reacties (4)

Shuanlang

Parel aan het Erhai-meer

23 °C
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

Shuanlang strekt zich uit van noord naar zuid, van de markt naar een fotogeniek voorgebergte. Hier krijg je het gevoel dat je aan zee bent. Dat is ook de schilder Zhang Qi niet ontgaan, hij liet hier, op deze kleine kaap, een heel modern, buitensporig huis bouzen. Later investeerde ook Yang Liping, een choreografe die wereldberoemd werd met haar etnische dansen, in deze streek. De werken gaan door, een beetje megalomaan, eerlijk gezegd. Wandel langs de prachtige Baihuizen naar de citadel, en kom tot rust ...
(Trotter China, p.458)

DSC00469__Small_.jpg DSC00478__Small_.jpg DSC00463__Small_.jpg
(zicht op Shuanlang)

Meer staat er niet te lezen in onze reisgids, maar we hebben deze laatste woorden ter harte genomen. Drie dagen brachten we in dit dorp door met lezen, schrijven en wandelen. Kruisende wagens kunnen er niet passeren in de smalle straatjes en moeten naar de kant uitwijken. Oude gevels hellen steeds meer voorover, net als de bewoners die lui de beweging van de schaduw volgen. Plaaster valt van oude muren en onthult leem dooraderd met stro en schelpen. Bewoners besproeien de straat in de hoop opvliegend stof te temmen. Tientallen winkeltjes bieden een gelijksoortig assortiment aan, terwijl de snoepwinkel alleen de deuren opent als de schoolbel luidt. Achter poorten, waarvan de stutbalken de last des tijds niet meer lijken aan te kunnen, weerklinkt geknor en geloei. Duizenden vliegen zijn getuigen van het intredend verval.

DSC00489__Small_.jpg DSC00481__Small_.jpg

Maar Shuanlang is ook de megalomanie van de investering. Het huis van Zhang Qi, een betonnen structuur die meer thuishoort in Miami dan in Yunnan, overheerst de kaap. De zus van Yang Liping opende hier het Lady Four hotel, vijfsterrenluxe in een boerendorp. Langs de waterkant wacht een fonkelnieuwe promenade op flaneurs. Een beetje verder wordt een nieuwe pier aangelegd waar bezoekers een bootje kunnen nemen naar Nanzhuo eiland, waar een folklorepark op Chinese wijze aangelegd werd. Langs wandelpaden ontdek je kitscherige beelden, een hotel annex kasteel en een strandje waar een kunstwerk je uitnodigt om een duik te nemen.

DSC00544__Small_.jpg
(huis van Zhang Qi)

DSC00505__Small_.jpg
(zonsondergang aan het Erhai-meer)

Maar Shuanlang is voor ons een plek om even uit te rusten. Seaside Yard Inn, onze guesthouse, ligt pal aan het meer. Hij is nog maar twee maanden open. We zijn de eerste laowai die er logeren. Mrs. Wu en haar echtgenoot (een architect) hebben de plek zelf ontworpen en gebouwd. Vanop ons terras staren we naar de schittering van het meer, bewonderen de grillige wolkenpatronen tegen de ondergaande zon, luisteren naar muziek of lezen een boek.

DSC00474__Small_.jpg DSC00475__Small_.jpg

DSC00554__Small_.jpg
(of Ann het nog ziet zitten?)

Geplaatst door Magonia 0:33 Gearchiveerd in China Tagged backpacking Reacties (1)

(Berichten 26 - 30 uit 96) « Pagina 1 2 3 4 5 [6] 7 8 9 10 .. »