Een Travellerspoint blog

The Road to Mandalay

Dagboeksprokkels

sunny 28 °C
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

By the old Moulmein Pagoda, lookin' eastward to the sea,
There's a Burma girl a-settin', and I know she thinks o' me;
For the wind is in the palm-trees, and the temple-bells they say:
"Come you back, you British soldier; come you back to Mandalay!"
Come you back to Mandalay,
Where the old Flotilla lay:
Can't you 'ear their paddles chunkin' from Rangoon to Mandalay?
On the road to Mandalay,
Where the flyin'-fishes play,
An' the dawn comes up like thunder outer China 'crost the Bay!

Mandalay, stad die tot de verbeelding spreekt. Stad bezongen door Robbie Williams en in een grijzer verleden door Frank Sinatra (als ik me goed herinner). Mandalay, muze van Kipling. Ik heb zijn gelijknamig gedicht als rode draad door de teksten laten vloeien, net zoals de Irrawaddy die de oevers van deze oude Koningsstad bespeelt.

sfeerbeeld.jpg

Maar de Road zelf is minder romantisch dan haar vertolkers laten uitschijnen. Zevenhonderd kilometer van Yangon verwijderd is de baan een nachtmerrie van putten en bulten. Nachtmerrie, de bussen vertrekken in de vroege avond en rijden de ganse nacht door. Zes jaar geleden heb ik tijdens deze rit het wereldrecord braakzakjes vullen gebroken.Vanuit Nyaungshwe hebben we de keuze: tien uur nachtelijk bochtenwerk of een half uurtje vliegen. De keuze ligt voor de hand. De internationale luchthaven van Mandaly ligt op 45 kilometer van de stad. Met een taxi waarvan meer dan eens een onderdeel losrammelt, trotseren we de laatste bulten.
Mandalay valt op het eerst moment tegen. We krijgen geen vat op de stad. Te modern om Birmees te zijn, te Birmees om georganiseerd te zijn. Myanmar's tweede stad is op generatoren aangewezen om zichzelf te verlichten. Hier duiken ook brommertjes in het straatbeeld op. De stad verliest zichzelf in blauwe benzinedampen en brullende generatoren. (...)

warning.jpg
(Grote posters waarschuwen de bevolking voor de vijand)

'Er petticoat was yaller an' 'er little cap was green,
An' 'er name was Supi-yaw-lat -- jes' the same as Theebaw's Queen,
An' I seed her first a-smokin' of a whackin' white cheroot,
An' a-wastin' Christian kisses on an 'eathen idol's foot:
Bloomin' idol made o'mud --
Wot they called the Great Gawd Budd --
Plucky lot she cared for idols when I kissed 'er where she stud!
On the road to Mandalay . . .

(…) Maar het is in datzelfde Mandalay waar we (toevallig) aanwezig zijn op de opening van een shoppingmall. Veel kaki uniformen op de receptie. Voor het eerst in twee weken zien we het echte gelaat van het land. Veel gsm-winkels, maar bijna nergens dekking, veel laptops maar de regeringsserver waakt. Mandalay leeft in vijfde versnelling met tegelijk de voet op de rem. In de supermarkt van de mall doen we enkele ontbijtinkopen: alle dagen toast en ei gaat na enkele weken vervelen. Met verse yoghurt, kippenworst en pistolets trekken we naar de kassa die zich niet aan de uitgang bevindt, maar centraal in het midden van de winkel geplaatst is. Het concept aanschuiven is de Birmezen vreemd. Vanuit alle hoeken belagen ze de kassierster. De ongeschreven wet luidt dat diegene die zijn boodschappen op de toog krijgt, bediend wordt. De eerste twee dames laten we galant passeren, maar dan spelen we mee. Ik werp me tussen de massa terwijl Ann de flanken dekt. De kassierster heeft vijtig kyat wisselgeld te weinig Snoepgoed vervangt kleingeld. Vijf minuten later staan we op straat met ons wisselgeld, onze aankopen en enkele snoepjes. (...)

When the mist was on the rice-fields an' the sun was droppin' slow,
She'd git 'er little banjo an' she'd sing "~Kulla-lo-lo!~"
With 'er arm upon my shoulder an' 'er cheek agin' my cheek
We useter watch the steamers an' the ~hathis~ pilin' teak.
Elephints a-pilin' teak
In the sludgy, squdgy creek,
Where the silence 'ung that 'eavy you was 'arf afraid to speak!
On the road to Mandalay . . .

hilltop.jpgrestore.jpg

(…) De 230 meter hoge Mandalay Hill torent boven de stad uit. Een riksjadrijver voert ons tot de ingang. Een half uur op de pedalen voor nog geen euro. Hij heeft geluk. Hij heeft klanten. De wereldcrisis treft het toerisme in deze streek hard. Hotels wachten op spaarzaam binnendruppelende toeristen. Riksjadrijvers staan tevergeefts op straathoeken te speuren naar een vrachtje passagiers. De staat int tien dollar inkomgelden op vele attracties. Onze chauffeur geeft ons tips om deze prijs te omzeilen. Alleen Mandalay Palace biedt geen alternatief. Deze imposante vesting in het midden van de stad is een doorn in het oog van de bevolking. De junta vorderde iedereen op om tijdens de restauratie eind jaren 90 een dag per maand mee te helpen aan de heropbouw. Zij noemden het een teken van burgerzin. Wij zouden het dwangarbeid noemen. Als het van onze riskjsadrijver afhangt, zal de staat geen cent meer verdienen aan de toeristen, zijn eigen kleine daad van verzet. Solidair steunen we hem in zijn actie en laten het paleis links liggen.

hillview.jpg

But that's all shove be'ind me -- long ago an' fur away,
An' there ain't no 'busses runnin' from the Bank to Mandalay;
An' I'm learnin' 'ere in London what the ten-year soldier tells:
"If you've 'eard the East a-callin', you won't never 'eed naught else."
No! you won't 'eed nothin' else
But them spicy garlic smells,
An' the sunshine an' the palm-trees an' the tinkly temple-bells;
On the road to Mandalay . . .


(…) We ontbijten op het dakterras van ons hotel. Onder ons veegt de stad de slaap uit haar straten. Naast de deur dopen mannen Birmese donuts in hun thee, kauwen op hun eerste betelnut, gaan op weg naar nergens of blijven verder thee slurpen. (...)

(…) Fietsen in Myanmar, het blijft een uitdaging. Je bent nu eenmaal voor de snellere weggebruiker een hindernis op zijn baan. Toch besluiten we om naar U-Beinbrug te fietsen. Onderweg worden we van de baan getoeterd door vrachtwagens, brult een voorbijrijdende bromfietser een overenthousiast hello in onze oren en steken jonge moeders hun kroost in de lucht om de twee witte waaghalzen te tonen.
De teakhouten brug van meer dan een kilometer lang is wellicht de meest gefotografeerde attractie van Myanmar. Als de zon granaatappelrood achter de brug onder gaat, tovert ze haar voorbijgangers om tot lange zwarte silhouetten. Mensen die de foto in onze eetkamer kennen, weten wat ik bedoel.
De zon brandt genadeloos. Nergens een vlekje schaduw. Taungthaman meer staat laag. Rijstvelden vullen de vrijgekomen ruimte. Vissers gooien hun netten uit in de middagzon, hun spieren zwartblinkend van het zweet. (…)

ubein.jpg

Op de terugweg stoppen we aan een theestalletje. Neen, we stoppen niet, we ontvluchten de zon. Yo, you excuse me, I know can please what your country from? Het accent is overduidelijk gebaseerd op een slechtere Amerikaanse actieserie. De grammatica lijkt een anagram, de cryptische openingszin van de nieuwe Dan Brown. De volgende tien minuten worden we overspoeld met cryptogrammen, palindromen, ellipsen en anagrammen. We begrijpen hem wel, maar wensen hem toch nog veel succes met zijn verdere lessen. We hebben hem verkeerd begrepen. Hij is leraar Engels. 52 studenten luisteren dagelijks naar zijn Steven Segalinterpretatie van de Engelse taal.

I am sick o' wastin' leather on these gritty pavin'-stones,
An' the blasted Henglish drizzle wakes the fever in my bones;
Tho' I walks with fifty 'ousemaids outer Chelsea to the Strand,
An' they talks a lot o' lovin', but wot do they understand?
Beefy face an' grubby 'and --
Law! wot do they understand?
I've a neater, sweeter maiden in a cleaner, greener land!
On the road to Mandalay . . .

(…) Zegyo, zegyo!!!De kaartjesknipper van de minibus lokt zijn klanten, terwijl het roestige vehikel langs de straten puft. We komen net uit het City Park als hij ons in het oog krijgt. Het park doet me terugdenken aan Gorki Park. Oude kermisattracties die wachten op joelende kinderen en lachende ouders. Het reuzenrad dat zes jaar geleden een mooi overzicht bood van de stad, staat er verroest bij. Werklui lassen nieuwe stukken ijzer op de cabines, waarvan sommigen een bodemplaat missen. Als kleine kinderen kopen we een ticketje voor de wildwaterbaan. Achter ons staan vier monniken aan te schuiven. Wanneer we uitstappen zien we hen naar beneden glijden. Opspattend water en blootgelachen tanden.
De kaartjesknipper herhaalt zijn bestemming. Ann duikt in de krappe binnenruimte. Ik neem het zekere voor het onzekere en blijf aan de buitenkant hangen. Door de middagzon lijkt het alsof ik door een erehaag van haardrogers rijdt. Rondom ons lachende gezichten, hello-roepende kinderen, wijzende volwassenen. Een moment van intens geluk.
De zegyo is de grootste markt van de stad. Binnen wacht een recent geopend shoppingcenter op uitbaters van de tientallen winkeltjes. We drinken er onze eerste echte koffie in weken. Maar wij houden meer van de omringende markt. Een kluwen van fietsen, paardenkarren, brommertjes en vrachtwagens die in de smalle straten tussen de kraampjes manouevreren. Kurkuma en anijs, wierook en ui, gefrituurde kip en benzinedampen, een carrousel van geuren dringt mijn neusgaten binnen. (...)

Ship me somewheres east of Suez, where the best is like the worst,
Where there aren't no Ten Commandments an' a man can raise a thirst;
For the temple-bells are callin', an' it's there that I would be --
By the old Moulmein Pagoda, looking lazy at the sea;
On the road to Mandalay,
Where the old Flotilla lay,
With our sick beneath the awnings when we went to Mandalay!
On the road to Mandalay.

(…) We zijn een uur te vroeg. In tegenstelling tot de uitgestorven straten heerst er in Mandalay Station een drukte van jewelste. Op elk uur van de dag en nacht vertrekken er treinen naar bestemmingen waarvan ik nog nooit gehoord heb. Ganse gezinnen kamperen langs de sporen: ze wachten, slapen en eten. Trein 30 DOWN wacht op perron 1.
Om 21.45 u exact zal hij zijn 700 km lange tocht naar Yangon aanvatten. We hebben kaartjes voor sleepercar 1, een coupeetje voor vier personen. Het blijkt een afdankertje te zijn van de Chinese spoorwegen. En alvorens de Chinezen iets van de hand doen. Ik kan nauwelijks in het smalle gangpad bewegen. Onze coupe is 1.60m op 1.80m. Ik schat de afmetingen, maar daar ik niet languit op mijn bed pas, ben ik vrij zeker van de lengte. Onze medereizigers arriveren een kwartiertje later: een moeder en haar zoon die in Mandalay inkopen deden voor een nakend trouwfeest. Tot onze verbazing zien we tientallen zaktjes, dozen en andere recipienten in de coupe verdwijnen. Op het bed, onder het tafeltje, onder het bed. De mand met eten blijft binnen handbereik. Ze hebben voldoende bij om de ganse trein een week van eten te voorzien. De zoon spreekt een aardig woordje Engels en we wisselen trivia uit alvorens een half uurtje later het licht uit te knippen. De Birmese authoriteiten zijn er in geslaagd om met 1.000 km rechte rails een netwerk van meer dan 10.000 km uit te bouwen. Het lijkt er bij momenten op dat de trein de rails verlaten heeft en zijn eigen traject door het landschap snijdt. Ik val vrij snel in slaap.
Tijdens de ochtend trekt het nevellandschap aan ons voorbij. In het gangpad lopen verkopers heen en weer met hun waren. We kopen er een aantal gefrituurde groentenrolletjes, bruin brood met nutella was net uitverkocht ;-) Onze medereizigers bieden ons een kopje instantkoffie aan. In feite bieden ze alles aan. Birmezen delen van nature. We eten cake, noten, rijst met gedroogd geitenvlees en curry. Wij bieden hen onze koekjes en muntjes aan. We brengen een groot deel van de ochtend knabbelend door en voor we het beseffen tuft de trein met een slakkengangetje Yangonstation binnen. (...)

Geplaatst door Magonia 9:52 Gearchiveerd in Myanmar Tagged backpacking Reacties (0)

Het geluk van een goudvis

In de heuvels van Inle-meer

sunny 26 °C
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

Reizen en rituelen. Wie langer onderweg is, ontwikkelt vaste gewoonten. Ze zorgen voor een houvast tijdens de dagelijks wisselende indrukken die je overspoelen. In Chiang Mai ging Ann naar de yoga, terwijl ik me ontspande op de fitness. Op Koh Payam maakten we voor het ontbijt een strandwandeling. In Yangon zochten we op vaste tijden een theestalletje op. Het bijwerken van onze reisblog is de rode draad die het voor mij samenbrengt.

Onze kamer in Nyaungshwe (Inle-meer) ligt oostwaarts. Vanuit ons bed zien we de zon achter de heuvels opklimmen: een eierdooier, nog niet fel genoeg om de nevelslierten die de heuvels omhelzen, weg te branden. Elke ochtend liggen we samen naar dit tafereel te kijken. Het is zeven uur.
Voor Goudvis (zijn Birmese naam is onuitspreekbaar) is de werkdag al een uur bezig. Elke dag staat hij op rond vijf uur, kookt wat rijst en groenten, eet en verlaat voor dag en dauw zijn bamboewoning. Voor 700 Kyat (0.50 eurocent en de toekomstige prijs van een aandeel KBC als het zo verder gaat) huurt hij zijn kostwinning. Hij is riksjadrijver. Per rit verdient hij 200 kyat. Op een goede dag heeft hij 1.500 kyat over. Goudvis is 23 jaar oud, getrouwd en trotse vader van een dochterje. Voor haar is hij bezig met zijn opleiding. Als gids voor trektochten Toeristen brengen meer geld in het laatje. Zo leren we hem kennen. Wij zijn de eerste officiele toeristen die hij gidst.

Toeristen komen naar Inle om twee redenen: het pittoreske leven rond en op het 22 km lange meer en trekkings in de heuvels die het meer omringen. Het is acht uur. Stapschoenen, pet, flessen water in de dagrugzak: we zijn klaar voor een tocht langs Pao, Intha en Shandorpjes (dit zijn lokale bergstammen). Onderweg vertelt Goudvis niet alleen over de lokale teelten, fauna en gewoonten, maar ook hoe hij aan zijn naam komt. Moeder hield van goudvissen. Langzaam valt het deken van schuchterheid af. En hij vertelt: over zijn dochtertje, over zijn vrouw die hij hier in de heuvels heeft leren kennen, over zijn broer die ook gids is, over zijn vader die enkele jaren geleden overleden is. Tijdens het houtsprokkelen werd hij gebeten door een slang. De dorpelingen voerden hem naar het ziekenhuis. De dokters zagen in zijn ogen dat hij arm was,vertelt hij. Hij moest op de grond blijven liggen. Toen hij eindelijk onderzocht werd, was het te laat. Hij stierf omdat hij arm was.
Een paar maand later vluchtte Goudvis naar Thailand. Hij zou er werken, geld verdienen, nooit meer arm zijn. Een vriend had voor hem werk in Mae Sai. Daar werkte hij 18 uur per dag. Een norse Thaise baas die nooit een woord zei. Toen hij zijn eerste loon moest krijgen, werd het met een smoes achtergehouden. Hij mocht er niet zingen, alleen maar werken. Birmese mensen zingen altijd. We weten het. Luidkeels en mooi. Achter alle gevels weerklinken hun stemmen. Op een nacht ben ik de rivier weer overgezwommen. De stroming was verschrikkelijk. Ik dreef ver af. Uiteindelijk bereikte ik de oever. Arm, maar toch blij om in het land van de zangers te zijn.

100_5694__Small_.jpg

Tijdens de wandeling weerklinkt uit alle hutten een kinderkoor van hello-stemmen. Soms een verborgen groet, maar meestal duikt er er wel ergens een lachend thanakasnoetje op. Halverwege houden we halt in een Pao-dorp. Gezeten op een bamboemat drinken we Chinese thee, terwijl de gastvrouw verse tuingroenten omtoverert tot een heerlijke curry. Goudvis laat de maaltijd welgevallen en verslindt in no time vier borden rijst, drie kommen soep en twee curryschotels. Ik ben ooit monnik geweest. Vijf dagen. Ik kon er maar niet aan wennen dat ik zo weinig mocht eten. Zijn bekentenis klinkt bijna verontschuldigend. Birmezen geloven het nooit als we zeggen dat we na een bord voldoende hebben.

100_5678__Small_.jpg

Na de trekking nemen we afscheid. Goudvis nodigt ons bij hem thuis uit. We spreken af dat hij ons morgen komt oppikken. Als we niet te stijf zijn, willen we morgen naar de lokale markt in Kaung Daing fietsen. De weg naar dit dorpje is ronduit adembenemend. Een rij bomen beschermt je tegen de zonnestralen die op de vlakken neerslaan. Links en rechts van de weg trekt het dagelijkse leven aan je voorbij. Uit een klooster klinken gemompelde mantra's. Een hoeder drijft zijn eenden samen. Een jongetje van amper zes wandelt voorbij met een buffel aan een touw, op weg naar de rijstvelden, uit een schooltje weerklinkt een volmondig, enthousiast hello. Na een bokkig ritje bereiken we het noedeldorp waar het vandaag ook marktdag is. We zetten ons op een schaduwplek, kijken en genieten. De stammen komen hier hun teelten verkopen, andere levensmiddelen inslaan. We herkennen de lange zwarte kleren van de Pao, de bekende Shantassen. Op de terugweg bezoeken we nog een familie die tofu maakt. De hitte van de pannen en de brandende zon zijn teveel voor ons, we fietsen snel naar de koelte van onze kamer.

100_5723__Small_.jpg

We kopen in Naungshwe noedels (Goudvis is er gek op, maar ze zijn te duur), twee blikjes bier, zeep en shampoo voor zijn vrouw, koekjes voor zijn dochtertje. Ballonnen en een strandbal hebben we nog in onze rugzak zitten. Om kwart voor vijf staat hij ons op te wachten voor onze guesthouse. Hij is een kop kleiner dan mij. Ik krijg bijna medelijden als ik in zijn riskja stap. Dit is mijn huis. Hij toont ons trots zijn bamboehut. Twee kamers. Koken doet zijn vrouw op een vuurtje op het terras. Twee miezerige kippen scharrelen door de hut. In de eetkamer hangt een eenzame foto aan de wand: hun trouwfoto. Drie jaar geleden. Hij 20, zij 19. Hij schenkt thee in terwijl zijn vrouw in de potten roert. We pakken onze geschenkjes uit. Voor onze ogen verandert de trotse kostwinner in een enthousiast kind. Het eten smaakt heerlijk. Goudvis verslindt zijn portie op een manier die ons reeds bekend is. Twee kamers, geen electriciteit, geen stromend water. Een deken om samen de kille nachten van Inle te trotseren, het knetterend hout zorgt voor warmte, een kaarsje voor licht. Een gezinnetje dat samen lacht, speelt en eet. Wellicht veel gelukkiger dan veel koppels in hun villa in Belgie.

100_5729__Small_.jpg

Geplaatst door Magonia 9:15 Gearchiveerd in Myanmar Tagged backpacking Reacties (1)

De stem van het volk

Wandelen in Yangon

sunny 26 °C
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

One's destination is never a place, but a new way of seeing things (Henry Miller)

Ik herlees het citaat en al de rest dat ik over Yangon geschreven heb in mijn reisdagboek. Alleen het citaat blijft behouden. Yangon is een uitdaging voor de pen. Steeds weer ga ik op zoek in woorden naar de authenticiteit van de stad. Steeds weer vind ik het resultaat onvoldoende. Hoe beschrijf je een Aziatische stad die leeft tussen een Engels verleden, Indische invloeden en een kortzichtige dictatuur?

longyi_JPG.jpg
(lokale bus met mannen in longyi)

Het is ondertussen zes jaar geleden dat we het voormalige Birma voor de eerste keer bezochten. Na afloop wisten we dat het daar niet bij zou blijven. Dwalend door de straten van Yangon zien we nog steeds de mannen in longyi (lange rok, heel handig bij de zomerse temperaturen hier), rode verfspatten die de straten kleuren (ipv van te roken kauwen de mannen hier meestal op paan) en vrouwen met thanakaversierd gelaat.

betel1_JPG.jpgbetel2_JPG.jpg
(Op welke foto zou hij betelnut gekauwd hebben?)

[i](…) 'Ze noemen het thanaka. Dat wordt gemaakt van gemalen sandelhout. Bijna alle vrouwen dragen het, en veel van de mannen. Ze brengen het ook bij baby's aan'. Waarom? 'Beschermt tegen de zon, zeggen ze, het maakt hen mooi. Wij noemen het Burmese make-up.' (…)
--De Pianostemmer, Daniel Mason, p. 112--

thanaka_JPG.jpg
(verkoopstertje in de straten van Yangon)

Maar meer nog dan de gelijkenissen vallen de verschillen op. In het straatbeeld zie je veel meer Engelse boeken. De mensen spreken vrijuit over de dicatuur. De angst is gedeeltelijk verdwenen. De bevolking weet wat er in de wereld gebeurt. Internet is hun blik op de wereld geworden. Van hogerhand mogen bepaalde websites dan al geblokkeerd worden, ze worden even snel omzeild door de whizzkids van het land. Volledige teksten worden van het net gehaald, in het Birmees vertaald en de volgende dag liggen de verzamelde berichten als krant in de straten. De mensen weten wat er gebeurt en ze willen praten. Iedereen heeft wel een verhaal te vertellen. Toeristen zijn een gewillig klankbord. Ja, Yangon is een stad voor mij. Overal is er wel een gewillig oor. Van de faloudaverkoopster ( heerlijke vloeibare yoghurt) in de straat die in een soort pantomime-Engels haar leven uit de doeken doet tot de professor geschiedenis die in highbrow Oxford Engels zijn verhaal vertelt. Iedereen praat.

Excuse me? I have an oral exam this afternoon. Can I practise my English skills with you? De man die ons aanspreekt in Sule Paya lijkt me iets te oud om een student te zijn. Hij lacht zijn tanden bloot. Geen sporen van betelnoot. Neen, hij is leraar Engels, maar moet straks voor een commissie verschijnen om te bewijzen dat hij wel voldoet aan de vereisten. Ann trekt zich even terug in de stilte van een van de vele nissen. Nats, weet hij ons te vertellen. Huisgeesten. Myanmar is een land van goden en bijgeloof. We praten over zijn familie. Over de moeilijke levensomstandigheden van de bevolking, maar ook over de samenhorigheid, de solidariteit. Een Birmees loon variert tussen de 30 en 100 dollar per maand. Zes daagse werkweek. Spontane gesprekken tussen onbekenden, we vertellen hem dat we dat in Belgie al lang verleerd zijn. A stranger is a friend that you haven't met. Zijn taal is doorspekt met citaten en aforismen. Het lijkt wel alsof hij ooit begonnen is met een woordenboek uit het hoofd te leren. Na een half uurtje nemen we afscheid. Hij vertrekt naar zijn examen. Ik ben er zeker van dat hij zal slagen.

Where are you from? De jongen die ons aanspreekt terwijl we hete thee zitten te slurpen aan een theestalletje, stelt zich voor als Matthew. (of dat menen we toch verstaan te hebben). Hij is student economie aan de Universiteit van Yangon. Ook hij wil zijn Engels oefenen. Aan de overkant van de straat speelt een straatkindje met een ballon die we hem gegeven hebben. Zijn moeder houdt hem met argusogen in de gaten. Zij bedelt voor de ingang van een van de talloze moskees in de stad. Iedereen die binnengaat duwt de vrouw wel iets in de hand. Terwijl haar kindje, zich niet bewust van zijn harde leven, tussen de voorbijgangers loopt met een KBC-ballon in de hand, lacht ze ons dankbaar toe. Ik vertel de student Economie dat ik bij de bank werk wier mysterieuse ballonnen overal in het straatbeeld opduiken. (met dank aan Sabine P.) De kredietcrisis, de werkloosheid in eigen land, de dure universiteitskosten passeren allemaal de revue. Diploma halen in Myanmar is simpel: wie het meest betaalt, krijgt de beste punten. (Freya VDB is in het verkeerde land geboren)

What day of the week were you born? De man die ons deze vraag stelt, is al ver voorbij de pensioensgerechtige leeftijd. Ik weet nog dat ik op een zondag geboren ben. Ann geeft haar geboortedatum en in een beduimeld boekje vindt hij de juiste geboortedag. Where are you from?We horen de vraag voor de zoveelste keer deze dag. Belgium, small country in Europe. Hij kent ons landje. In een vroeger leven was hij professor Geschiedenis. Nu is hij slechts een van de vele mensen die dagelijks in Shwedagon Pagode op zoek gaan naar toeristen om hun Engels op peil te houden. Hij is ondertussen 74 jaar. Zijn moeder is net 100 geworden, een taaie familie. En dat ondanks het regime in dit land. Hij windt er geen doekjes om. De militairen hebben het land kapot gemaakt. Hij heeft ons veel te vertellen. Maar eerst moet er geofferd worden. Ann en ik moeten aan de respectieve beeldjes van onze geboortedatum een wateroffer brengen om geluk en voorspoed voor de toekomst af te smeken: zij als tijger van de maan, ik als garuda van de zon.

offerande_JPG.jpg
(mijn offerande aan de zon)

Daarna toont hij ons de mooiste plekjes van de Shwedagon. Plots zakt zijn stemvolume. Hij toont ons een grijs dak. Ik moet er een foto van nemen. Van deze plek schoten de soldaten in 2007 op de vreedzaam protesterende monnikken. Plots haalt de geschiedenis ons in.
Shwedagon zelf beschrijven is jezelf uitputten in superlatieven. Wat de Eifeltoren voor Parijs en het Vrijheidsbeeld voor New York is, zou volgens de Lonely Planet Shwedagon Paya voor Yangon zijn. I beg to differ. Yangon steekt met kop en schouders uit boven de twee eerdervernoemde steden. Shwedagon is een synthese van een bedevaartsplek en een toeristische trekpleister. Gouden koepels tegen een azuurblauwe hemel, wierook vermengd met kruidige currygeuren, fototoestellen en gebedssnoeren. In de schaduw van een van deze koepels ontvluchten we de brandende middagzon.

meditation_JPG.jpg

(...)Overal beklommen pelgrims de treden – monniken en bedelaars en elegante Birmese vrouwen in hun mooiste kleren. Bovenaan liep hij onder een fraaie zuilengang door en kwam op een enorm platform van witte marmer en vergulde koepels van kleinere pagodes. (…) (p.117)

shwedagon_JPG.jpg

Ze heeft nog maar twee tanden, haar in zilvergrijze strengen gevlochten, ogen vol ongedoofde passie in een doorrimpeld gelaat. Ze komt zo dicht voor me staan dat ik haar adem op mijn gelaat voel neerslaan. Look en kruiden. Crescendo ratelt ze haar woordenstroom af, haar ogen nimmer de mijne verlatend. Ik lees alleen de stemmingen op haar gezicht. Mondhoeken die zakken, ogen die van passievuur in vaaldof veranderen. Ik ben haar gesprekspartner in een taal die ik niet kan verstaan, maar wellicht begrijp. Een opzichtster die uit het niets opduikt, bevestigt mijn vermoeden. Nieuwsgierigen wandelen een stapje sneller door. Zij blijft doorratelen. Plots is de schittering er weer en verwdijnt ze in het genadeloze zonlicht, een schim die oplost in de middag met een onbegrepen boodschap. Ik vraag aan een van de omzittenden of zij het begrepen heeft en me soms kan vertalen. Eerst aarzelt ze, maar dan zegt ze: 'Generals no good, She misses the lady (Aung san Suu Kyi).' ik had de vertaling dus toch juist in haar ogen gelezen.

station_JPG.jpg
(Als er geen trein is, veranderen de sporen in een lokale markt)

Looking for the circular train? We bevinden ons op perron 6 en 7 van Yangon Railway Station. Een drie uur durende treinrit voert je in lusvorm mee doorheen de stad en het hinterland. Aung is bio-ingenieur. In een vroeger leefde reisde hij de wereld rond met de organisatie Orbis. Nu geeft hij, net als zoveel anderen, bijles Engels aan jongeren. We stellen voor om de volgende dag samen de treinrit aan te vatten. Hij zal dan een van zijn studenten meebrengen om zijn Engels bij te schaven. Zondag is niet de beste dag om rustig rond Yangon te tuffen. Voor veel Birmese gezinnen is deze spotgoedkope treinrit (nog geen eurocent voor een rit) een mooie gelegenheid om eens buiten de stad te komen. Aung vertelt honderduit over zijn leven, zijn reizen, terwijl hij zijn student aanmoedigt om ook deel te nemen aan de conversatie. Langzaam maken de gebouwen plaats voor rijstvelden. De steedse drukte van Yangon ligt nog geen tien kilometer van ons verwijderd. Verkopers zorgen ervoor dat de reizigers geen seconde honger hoeven te lijden: gedroogde vissen, verse fruit tot donuts en gefrituurde groenten worden luidkeels aan de man gebracht. Tijdens de rit vertelt Aung over het leven in zijn land. En toch. Hij die de ganse wereld heeft gezien, is uiteindelijk in zijn vaderland gebleven. Uit een plastiek zakje tovert hij een fotoalbum te voorschijn. Foto's van zijn reizen. Meestal kiekjes van luchthavens, hotelkamers en zijn collega's: een kleine glimlachende man tussen overwegend blanke gezichten. Nieuwsgierige medereizigers vragen hem wie die twee witneuzen in zijn gezelschap zijn. Geduldig vertaalt hij hun vragen, onze antwoorden en vice versa. Na drie uur maakt het open landschap plek voor beton. We naderen de buitenwijken van de stad. Stationsnamen als Athlone Road verbergen nauwelijks de Britse invloed. Na afloop nodigen onze spontane gidsen ons uit voor een traditionele straatmaaltijd. Op het theetafeltje verschijnen een tempura van groenten en fruit, gebrande nootjes met verse theeblaadjes en andere lekkernijen. We zitten op stoeltjes die nog geen 20 cm hoog zijn. Naast ons raast het drukke stadverkeer voorbij. De zon geeft zich gewonnen en staat haar plek af aan de maan. We spreken een nieuwe datum af voor een volgende ontmoeting.

aung_JPG.jpg
(We zitten op stoeltjes die nog geen 20 cm hoog zijn)

Morgen verlaten we Yangon en vliegen naar het Inle-meer.

Geplaatst door Magonia 4:02 Gearchiveerd in Myanmar Tagged backpacking Reacties (1)

Year of the Kyat

Geld wisselen? Neem er uw tijd voor

sunny 25 °C
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

Change money? I have a shop. De man die ons aanspreekt, heeft die woorden al duizend maal gefluisterd in het bijzijn van toeristen. In Myanmar zijn er immers twee wisselkoersen: de koers van de staat en die van de straat. Bij uw lokale bankier krijgt u voor elke dollar ongeveer 450 KYAT (spreek uit: tsjat), terwijl de straatwaarde niet minder dan 1.100 KYAT bedraagt. De illegale keuze is snel gemaakt.

De meeste geldwisselaars kan je vinden in de buurt van Sule Paya en Bogyoke Market. Zes jaar geleden werd na een beetje onderhandelen een akkoord over de koers bereikt. We dronken een tasje thee, telden onze kilo's papier en stonden tien minuten later op straat. Klaar is kees.

Op straat hebben de bomen oren en ogen en werken voor de staat. Het loopjongetje belooft ons een koers van 1.200 KYAT per dollar. Wij willen 100 dollar wisselen, een tegenwaarde van twee centimeter papier. Dan begint het spel. De beloofde koers was voor 200 USD, dat moet een misverstand zijn.
Geen probleem, we toveren een tweede biljet tevoorschijn. \Biljetten van 100 USD? Neen, daar kunnen ze slechts 1.100 KYAT voor geven. Het risico op valse dollars is te groot. Of we geen euro's hebben. Dan kunnen ze wel een koers van 1.400 KYAT geven. Een snelle berekening levert een EUR/USD koers op die zelfs Andre M. niet durfde aanrekenen (wie niet meer kan volgen, geen probleem. Wie wel kan volgen, weet waarover ik spreek).

Neen, we hebben geen euro's en wie garandeert ons dat er in die stapel papier geen vals geld zit? Twee biljetten van 100 dollar wisselen van eigenaar. Een volgend probeem dient zich aan. Alleen biljetten met de reeksnummer AD zijn 1.100 KYAT waard, andere serienummers leveren slechts 1.050 KYAT op. We kijken al aan tegen een minderwaarde van 30.000 KYAT, een indische curry met drank erbij kost 3.000 KYAT voor ons beiden (tel maar al uit). Een uur later en zonder Kyat verlaten we het pand. De eerste les van illegale geldhandel: durf neen te zeggen (zij willen de deviezen harder dan hun eigen munt).

Op onze tweede stek hebben we snel prijs. Zelfde manier van werken. Hier is de beginprijs vastgesteld op 1.150 Kyat. Het wordt middag, we hebben amper geslapen en in onze maagstreek weerklinkt een vervaarlijk gerommel. Ik krijg twee stapeltjes biljetten overhandigd. Ik tel 200.000 Kyat. Ondertussen zijn er drie vrienden van de geldwisselaar uit het niets opgedoken. Ben je zeker? Volgens hen zijn het er maar 150.000. Ik tel opnieuw en tel weer 200 biljetten van 1.000 kyat. Natuurlijk wisten ze het, maar zo geven ze een extra (vals) gevoel van vertrouwen. Ik moet nog 30.000 kyat krijgen. Ze beginnen onderling te praten. Plots worden er biljetten van 500 Kyat aangereikt. Als ik uiteindelijk 30.000 Kyat geteld heb, begint het eerste spel opnieuw. Verkeerde serienummers, … Half murw tel ik verkeerd. We verlaten het pand met meer dan drie indische maaltijden te weinig. Gelukkig valt mijn euro aan de overkant van de straat. Met een stalen gezicht beweren ze dat we inderdaad die koers afgesproken hadden. Het is een gebluf langs beide kanten, maar uiteindelijk sta ik weer met mijn dollars in de hand op straat. De tweede les van de illegale geldhandel: neem de tijd om alles goed na te tellen en laat je niet afleiden door omstaanders.

Op weg naar een eetstalletje hebben we geluk. Een nieuwe loopjongen vindt zijn potentiele slachtoffers. Money change, I have a shop. Van mij mag hij een shoppingmall hebben, wij gaan ergens lunchen en de transactie zal daar plaatsvinden. Gehaast telt de wisselaar me onder tafel voor. Sommige biljetten zitten dubbelgevouwen. Een kind kan deze truk doorzien. Ik wil zelf natellen. Als ik de biljetten heb, zegt hij dat ik de dollars nu snel moet geven omdat er politie afkomt. Ik geef de kyat terug en eet verder. Wie in paniek zijn dollars afgeeft, zal een aantal dubbelgevouwen biljetten aantreffen. De derde les van de illegale geldhandel: Laat je niet in de luren leggen door al te doorzichtige trucs.

Ten slotte wisselen we onze dollars om in het hotel. In de discretie van de hotelkamer krijgen we 1.100 Kyat voor een dollar. Waarom niet in de eerste plaats daar wisselen? Het hotel staat in de LP vermeld als een ideale plek om te wisselen. Misschien dat het toegestaan wordt onder het waakzaam oog van de staat die zo een aantal dollars extra scalpeert? Staat tegen straat.

100_5499__Small_.jpg
(een hoop papier voor 200 USD)

Geplaatst door Magonia 15:14 Gearchiveerd in Myanmar Tagged tips_and_tricks Reacties (0)

Myanmar: in het land van betelnut en thanaka

Een hernieuwde kennismaking

sunny 25 °C
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

De nacht is van de reiziger. De wekker loopt af op het uur dat de laatste singha nog lang niet geschonken en gedronken is, de laatste liefde voor een nacht nog niet bezegeld. Na twee en een halve maand trekken we de Thaise deur achter ons dicht. Vijf uur 's morgens, Bangkok se reveille. Op straat wissen vuilnismannen de herinnering aan de vorige avond uit. Een eenzame dronken toerist staart wanhoping naar zijn mobiele leven. No messages. Een Thaise minirok en een Westerse T-shirt bezegelen elkaars lot. Op de hotelkamer verandert drank in daad.

De nacht is van de taxichauffeur. Tijdens die enkele uren dat zij de straten van BKK niet hoeven te delen, zijn zij de hunnen van de stad. Gaspedaals worden ingedrukt tot ongekende diepte, verkeerslichten zijn niet meer dan neonreclame, remmen is voor losers. Na een rodeo van 25 minuten bereiken we Suvarnabhumi airport. De luchthaven rust als een buitenaards ruimteschip in haar lichtexplosie, gretig op zoek naar mensen. De incheckbalies gonzen van bedrijvigheid. Yangon, Siem Reap, Vientiane, Luang Prabang. Alleen de bestemmingen veranderen. Kunstlicht en het vroege uur werpen een schaduw van vermoeidheid op de voortschuifelende massa. Koffers verdwijnen in de bagagemuil. Reizigers zoeken een vroeg ontbijt en een cafeineshot.

De vlucht naar Yangon vertrekt met een half uurtje vertraging. Ik hou van ochtendvluchten. Je stijgt op naar de zon, alleen gedeeld met de blauwe lucht. Een eenzame wolk trekt schaduwpatronen op de vleugels. De meeste mensen proberen nog een uurtje slaap in te halen. Alleen de motoren zorgen voor een monotoon geluid. Ik hang stil in het ijle, terwijl een onbekende hand de wereld onder je centimeter per centimeter verder trekt. Via de golf van Mottama vliegen we Myanmar binnen.

meisje.jpg

Myanmar, land dat nooit geaccepteerd zal worden. Dat worstelt met zichzelf. Land van dictatuur waar kritiek genadeloos gestraft wordt. Land van de cycloon Nargis die een groot deel van de Irrawaddy-delta verwoestte. Land waar de junta weet dat het ooit de macht moet afstaan. De administratieve hoofdstad werd recent van Yangon naar Naypidaw verplaatst. Het commerciele hart werd verlaten voor een kunstmatig bolwerk. Wie geen angst heeft, blijft ter plekke.

foodstall.jpg

De douaneformaliteiten verlopen vlot. Het houten barakje van zes jaar geleden (toen we de eerste keer Myanmar bezochten) heeft plaatsgemaakt voor moderne immigratiebalies. De beambte overhandigt me met een stralende glimlach mijn paspoort. Tot 5 januari zijn we welkom in het land van de duizend gouden pagodes.

Geplaatst door Magonia 19:59 Gearchiveerd in Myanmar Tagged backpacking Reacties (0)

(Berichten 41 - 45 uit 96) « Pagina .. 4 5 6 7 8 [9] 10 11 12 13 14 .. »