Een Travellerspoint blog

The Road to Mandalay

Dagboeksprokkels

sunny 28 °C
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

By the old Moulmein Pagoda, lookin' eastward to the sea,
There's a Burma girl a-settin', and I know she thinks o' me;
For the wind is in the palm-trees, and the temple-bells they say:
"Come you back, you British soldier; come you back to Mandalay!"
Come you back to Mandalay,
Where the old Flotilla lay:
Can't you 'ear their paddles chunkin' from Rangoon to Mandalay?
On the road to Mandalay,
Where the flyin'-fishes play,
An' the dawn comes up like thunder outer China 'crost the Bay!

Mandalay, stad die tot de verbeelding spreekt. Stad bezongen door Robbie Williams en in een grijzer verleden door Frank Sinatra (als ik me goed herinner). Mandalay, muze van Kipling. Ik heb zijn gelijknamig gedicht als rode draad door de teksten laten vloeien, net zoals de Irrawaddy die de oevers van deze oude Koningsstad bespeelt.

sfeerbeeld.jpg

Maar de Road zelf is minder romantisch dan haar vertolkers laten uitschijnen. Zevenhonderd kilometer van Yangon verwijderd is de baan een nachtmerrie van putten en bulten. Nachtmerrie, de bussen vertrekken in de vroege avond en rijden de ganse nacht door. Zes jaar geleden heb ik tijdens deze rit het wereldrecord braakzakjes vullen gebroken.Vanuit Nyaungshwe hebben we de keuze: tien uur nachtelijk bochtenwerk of een half uurtje vliegen. De keuze ligt voor de hand. De internationale luchthaven van Mandaly ligt op 45 kilometer van de stad. Met een taxi waarvan meer dan eens een onderdeel losrammelt, trotseren we de laatste bulten.
Mandalay valt op het eerst moment tegen. We krijgen geen vat op de stad. Te modern om Birmees te zijn, te Birmees om georganiseerd te zijn. Myanmar's tweede stad is op generatoren aangewezen om zichzelf te verlichten. Hier duiken ook brommertjes in het straatbeeld op. De stad verliest zichzelf in blauwe benzinedampen en brullende generatoren. (...)

warning.jpg
(Grote posters waarschuwen de bevolking voor de vijand)

'Er petticoat was yaller an' 'er little cap was green,
An' 'er name was Supi-yaw-lat -- jes' the same as Theebaw's Queen,
An' I seed her first a-smokin' of a whackin' white cheroot,
An' a-wastin' Christian kisses on an 'eathen idol's foot:
Bloomin' idol made o'mud --
Wot they called the Great Gawd Budd --
Plucky lot she cared for idols when I kissed 'er where she stud!
On the road to Mandalay . . .

(…) Maar het is in datzelfde Mandalay waar we (toevallig) aanwezig zijn op de opening van een shoppingmall. Veel kaki uniformen op de receptie. Voor het eerst in twee weken zien we het echte gelaat van het land. Veel gsm-winkels, maar bijna nergens dekking, veel laptops maar de regeringsserver waakt. Mandalay leeft in vijfde versnelling met tegelijk de voet op de rem. In de supermarkt van de mall doen we enkele ontbijtinkopen: alle dagen toast en ei gaat na enkele weken vervelen. Met verse yoghurt, kippenworst en pistolets trekken we naar de kassa die zich niet aan de uitgang bevindt, maar centraal in het midden van de winkel geplaatst is. Het concept aanschuiven is de Birmezen vreemd. Vanuit alle hoeken belagen ze de kassierster. De ongeschreven wet luidt dat diegene die zijn boodschappen op de toog krijgt, bediend wordt. De eerste twee dames laten we galant passeren, maar dan spelen we mee. Ik werp me tussen de massa terwijl Ann de flanken dekt. De kassierster heeft vijtig kyat wisselgeld te weinig Snoepgoed vervangt kleingeld. Vijf minuten later staan we op straat met ons wisselgeld, onze aankopen en enkele snoepjes. (...)

When the mist was on the rice-fields an' the sun was droppin' slow,
She'd git 'er little banjo an' she'd sing "~Kulla-lo-lo!~"
With 'er arm upon my shoulder an' 'er cheek agin' my cheek
We useter watch the steamers an' the ~hathis~ pilin' teak.
Elephints a-pilin' teak
In the sludgy, squdgy creek,
Where the silence 'ung that 'eavy you was 'arf afraid to speak!
On the road to Mandalay . . .

hilltop.jpgrestore.jpg

(…) De 230 meter hoge Mandalay Hill torent boven de stad uit. Een riksjadrijver voert ons tot de ingang. Een half uur op de pedalen voor nog geen euro. Hij heeft geluk. Hij heeft klanten. De wereldcrisis treft het toerisme in deze streek hard. Hotels wachten op spaarzaam binnendruppelende toeristen. Riksjadrijvers staan tevergeefts op straathoeken te speuren naar een vrachtje passagiers. De staat int tien dollar inkomgelden op vele attracties. Onze chauffeur geeft ons tips om deze prijs te omzeilen. Alleen Mandalay Palace biedt geen alternatief. Deze imposante vesting in het midden van de stad is een doorn in het oog van de bevolking. De junta vorderde iedereen op om tijdens de restauratie eind jaren 90 een dag per maand mee te helpen aan de heropbouw. Zij noemden het een teken van burgerzin. Wij zouden het dwangarbeid noemen. Als het van onze riskjsadrijver afhangt, zal de staat geen cent meer verdienen aan de toeristen, zijn eigen kleine daad van verzet. Solidair steunen we hem in zijn actie en laten het paleis links liggen.

hillview.jpg

But that's all shove be'ind me -- long ago an' fur away,
An' there ain't no 'busses runnin' from the Bank to Mandalay;
An' I'm learnin' 'ere in London what the ten-year soldier tells:
"If you've 'eard the East a-callin', you won't never 'eed naught else."
No! you won't 'eed nothin' else
But them spicy garlic smells,
An' the sunshine an' the palm-trees an' the tinkly temple-bells;
On the road to Mandalay . . .


(…) We ontbijten op het dakterras van ons hotel. Onder ons veegt de stad de slaap uit haar straten. Naast de deur dopen mannen Birmese donuts in hun thee, kauwen op hun eerste betelnut, gaan op weg naar nergens of blijven verder thee slurpen. (...)

(…) Fietsen in Myanmar, het blijft een uitdaging. Je bent nu eenmaal voor de snellere weggebruiker een hindernis op zijn baan. Toch besluiten we om naar U-Beinbrug te fietsen. Onderweg worden we van de baan getoeterd door vrachtwagens, brult een voorbijrijdende bromfietser een overenthousiast hello in onze oren en steken jonge moeders hun kroost in de lucht om de twee witte waaghalzen te tonen.
De teakhouten brug van meer dan een kilometer lang is wellicht de meest gefotografeerde attractie van Myanmar. Als de zon granaatappelrood achter de brug onder gaat, tovert ze haar voorbijgangers om tot lange zwarte silhouetten. Mensen die de foto in onze eetkamer kennen, weten wat ik bedoel.
De zon brandt genadeloos. Nergens een vlekje schaduw. Taungthaman meer staat laag. Rijstvelden vullen de vrijgekomen ruimte. Vissers gooien hun netten uit in de middagzon, hun spieren zwartblinkend van het zweet. (…)

ubein.jpg

Op de terugweg stoppen we aan een theestalletje. Neen, we stoppen niet, we ontvluchten de zon. Yo, you excuse me, I know can please what your country from? Het accent is overduidelijk gebaseerd op een slechtere Amerikaanse actieserie. De grammatica lijkt een anagram, de cryptische openingszin van de nieuwe Dan Brown. De volgende tien minuten worden we overspoeld met cryptogrammen, palindromen, ellipsen en anagrammen. We begrijpen hem wel, maar wensen hem toch nog veel succes met zijn verdere lessen. We hebben hem verkeerd begrepen. Hij is leraar Engels. 52 studenten luisteren dagelijks naar zijn Steven Segalinterpretatie van de Engelse taal.

I am sick o' wastin' leather on these gritty pavin'-stones,
An' the blasted Henglish drizzle wakes the fever in my bones;
Tho' I walks with fifty 'ousemaids outer Chelsea to the Strand,
An' they talks a lot o' lovin', but wot do they understand?
Beefy face an' grubby 'and --
Law! wot do they understand?
I've a neater, sweeter maiden in a cleaner, greener land!
On the road to Mandalay . . .

(…) Zegyo, zegyo!!!De kaartjesknipper van de minibus lokt zijn klanten, terwijl het roestige vehikel langs de straten puft. We komen net uit het City Park als hij ons in het oog krijgt. Het park doet me terugdenken aan Gorki Park. Oude kermisattracties die wachten op joelende kinderen en lachende ouders. Het reuzenrad dat zes jaar geleden een mooi overzicht bood van de stad, staat er verroest bij. Werklui lassen nieuwe stukken ijzer op de cabines, waarvan sommigen een bodemplaat missen. Als kleine kinderen kopen we een ticketje voor de wildwaterbaan. Achter ons staan vier monniken aan te schuiven. Wanneer we uitstappen zien we hen naar beneden glijden. Opspattend water en blootgelachen tanden.
De kaartjesknipper herhaalt zijn bestemming. Ann duikt in de krappe binnenruimte. Ik neem het zekere voor het onzekere en blijf aan de buitenkant hangen. Door de middagzon lijkt het alsof ik door een erehaag van haardrogers rijdt. Rondom ons lachende gezichten, hello-roepende kinderen, wijzende volwassenen. Een moment van intens geluk.
De zegyo is de grootste markt van de stad. Binnen wacht een recent geopend shoppingcenter op uitbaters van de tientallen winkeltjes. We drinken er onze eerste echte koffie in weken. Maar wij houden meer van de omringende markt. Een kluwen van fietsen, paardenkarren, brommertjes en vrachtwagens die in de smalle straten tussen de kraampjes manouevreren. Kurkuma en anijs, wierook en ui, gefrituurde kip en benzinedampen, een carrousel van geuren dringt mijn neusgaten binnen. (...)

Ship me somewheres east of Suez, where the best is like the worst,
Where there aren't no Ten Commandments an' a man can raise a thirst;
For the temple-bells are callin', an' it's there that I would be --
By the old Moulmein Pagoda, looking lazy at the sea;
On the road to Mandalay,
Where the old Flotilla lay,
With our sick beneath the awnings when we went to Mandalay!
On the road to Mandalay.

(…) We zijn een uur te vroeg. In tegenstelling tot de uitgestorven straten heerst er in Mandalay Station een drukte van jewelste. Op elk uur van de dag en nacht vertrekken er treinen naar bestemmingen waarvan ik nog nooit gehoord heb. Ganse gezinnen kamperen langs de sporen: ze wachten, slapen en eten. Trein 30 DOWN wacht op perron 1.
Om 21.45 u exact zal hij zijn 700 km lange tocht naar Yangon aanvatten. We hebben kaartjes voor sleepercar 1, een coupeetje voor vier personen. Het blijkt een afdankertje te zijn van de Chinese spoorwegen. En alvorens de Chinezen iets van de hand doen. Ik kan nauwelijks in het smalle gangpad bewegen. Onze coupe is 1.60m op 1.80m. Ik schat de afmetingen, maar daar ik niet languit op mijn bed pas, ben ik vrij zeker van de lengte. Onze medereizigers arriveren een kwartiertje later: een moeder en haar zoon die in Mandalay inkopen deden voor een nakend trouwfeest. Tot onze verbazing zien we tientallen zaktjes, dozen en andere recipienten in de coupe verdwijnen. Op het bed, onder het tafeltje, onder het bed. De mand met eten blijft binnen handbereik. Ze hebben voldoende bij om de ganse trein een week van eten te voorzien. De zoon spreekt een aardig woordje Engels en we wisselen trivia uit alvorens een half uurtje later het licht uit te knippen. De Birmese authoriteiten zijn er in geslaagd om met 1.000 km rechte rails een netwerk van meer dan 10.000 km uit te bouwen. Het lijkt er bij momenten op dat de trein de rails verlaten heeft en zijn eigen traject door het landschap snijdt. Ik val vrij snel in slaap.
Tijdens de ochtend trekt het nevellandschap aan ons voorbij. In het gangpad lopen verkopers heen en weer met hun waren. We kopen er een aantal gefrituurde groentenrolletjes, bruin brood met nutella was net uitverkocht ;-) Onze medereizigers bieden ons een kopje instantkoffie aan. In feite bieden ze alles aan. Birmezen delen van nature. We eten cake, noten, rijst met gedroogd geitenvlees en curry. Wij bieden hen onze koekjes en muntjes aan. We brengen een groot deel van de ochtend knabbelend door en voor we het beseffen tuft de trein met een slakkengangetje Yangonstation binnen. (...)

Geplaatst door Magonia 9:52 Gearchiveerd in Myanmar Tagged backpacking

Email deze blog postFacebookStumbleUpon

Inhoudsopgave

Reageer als eerste.

Om reacties achter te laten op deze reisblog moet je lid zijn van Travellerspoint.

Vul hier jouw Travellerspoint login details in

( Wat is dit? )

Als je nog geen lid van Travellerspoint bent, kun je gratis lid worden.

Word lid van Travellerspoint