Een Travellerspoint blog

Myanmar

When words are not enough

Myanmar in zwart-wit

sunny 30 °C
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

Een maand Myanmar is voorbijgevlogen. Meer dan 200 foto's wachten op mijn harde schijf om gesorteerd te worden. Een druk op de delete-toets zal sommige beelden genadeloos vernietigen: hun belangrijkheid was slechts een intens moment. Het valt me op dat ik steeds meer foto's in zwart-wit maak: kleuren leiden af. Ze toveren sfeer die voor iedereen anders is. Bij zwart-wit heb je alleen tinten. Als toeschouwer moet je je concentreren op de details, want er zijn geen kleuren die je helpen. Een sinaasappel is lichtgrijs, de kleur van een voorbijrijdende wagen je eigen verbeelding.

Dit zijn slechts enkele beelden die de eerste selectie overleeft hebben.Hopelijk vind je er ook de details in terug die wij zo mooi vinden.

100_5905__Small_.jpg
100_5762__Small_.jpg
100_5722__Small_.jpg
100_5721__Small_.jpg
100_5686__Small_.jpg
100_5679__Small_.jpg
100_5676__Small_.jpg
100_5622__Small_.jpg
100_5571__Small_.jpg
100_5564__Small_.jpg
100B5860__Small_.jpg

Geplaatst door Magonia 1:22 Gearchiveerd in Myanmar Tagged photography Reacties (0)

Verhalen uit de Golf van Bengalen

Mrauk U en Sittwe

sunny 30 °C
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

Heel diep beneden ons verandert de wereld steeds van kleur: eerst bruin, dan licht- en donkergroen om te eindigen met het blauw van de zee. De airco in het vliegtuig heeft het laten afweten. De passagiers wuiven zich tevergeefs koelte toe met de veiligheidsvoorschriften. De make-up van de stewardessen tovert hen om in smeltende porceleinen poppen. Na een tussenstop inThandwe vliegen we naar onze volgende bestemming: Sittwe (Rakhain State) en de tempels van Mrauk U, nog geen 200 kilometer verwijderd van Bangladesh. Vanaf Sittwe is het vijf uur varen naar Mrauk U. Toeristen mogen niet over land naar de stad reizen. Sittwe is slechts een bestemming op weg naar.

vleermuis.jpg
(vleermuizen bij valavond)

We ontmoeten een koppel Canadezen met hun 15-jarige dochter. Ze vragen of we zin hebben om de volgende dag een boot met hen te delen. Gedeelde kost … Na ingecheckt te zijn in ons hotel maken we een stadswandeling. Sittwe is geen bestemming die men uitkiest als men de eerste keer naar Myanmar reist. Bagan is dan een indrukwekkender doch toeristischer alternatief. We worden nagestaard op straat. Geen kwade wil, gewoon overdreven belangstelling. Bij valavond drinken we nog een theetje in het stalletje naast het hotel. Aan de overkant van de straat pakken een aantal jonge bedelaars zich samen. Boven hen in de bomen ontwaken de befaamde fruitvleermuizen. Als donkere flessen cognac hangen ze roerloos te wachten op de naderende avond. De schaduwen worden langer, vloeien in elkaar over tot alleen nog duisternis overblijft. Wanneer we het terras verlaten, komen de bedelaars op ons af. Blind, een bochel, een immens vergroeide teelbal. We krijgen alle handicaps uitgebreid gepresenteerd. In het hotel doen we ons verhaal. Muslims is hun antwoord. Boeddhisten bedelen nooit volgens hen.
Na een verkwikkende douche gaan we op zoek naar ons avondeten. Ook hier zijn de electiciteitspannes die het land teisteren aanwezig. Elke nacht trekt de stad zich terug in haar eigen duisternis. Want de nacht die hier heerst, wordt alleen maar onderbroken door houtvuurtjes en petroleumlampjes waarvan het onzekere en beweeglijke licht de gezichten van de omzittenden kleurt. Prachtig in haar eigen spookachtigheid. We kruipen vroeg onder de wol. Morgenvroeg vertrekt onze boot om acht uur naar Mrauk U.

starende.jpg
(We hebben bekijks bij ons vertrek)

Na drie uur varen begint het vasteland langzaam onze boot te omhelzen. Bamboepalen waarschuwen voor zandbanken. Visnetten begeleiden onze vaart. Langs oevers die even plat zijn als de pannenkoek die we vanmorgen voor ontbijt aten, trekt het spaarzame leven aan ons voorbij. Buffels grazen gezapig in de wachtende rijstvelden. Vanuit geimproviseerde bamboehutten waaien vissers en hun kroost naar de voorbijstampende boot. Een zeldzaam varken wentelt zich in de modder op zoek naar verkoeling. Bijna niets beweegt. Ik las al zo vaak dat het Oosten een ander, een trager, levensritme heeft. Dat alles zijn tijd nodig heeft, dat je rustig moet blijven en leren geduldig te zijn, innerlijk verstillen. Niet het handelen, maar net het nietsdoen op prijs leren stellen. Een kreet haalt me uit mijn overpeinzingen. Aan stuurboord zijn twee zwarte vinnen uit het water opgedoken. Dolphin, dolphin. Speels zwemmen een aantal Irrawaddy-dolfijnen met ons mee, verliezen even snel interesse en verdwijnen. De oevers groeien dichter naar onze boot toe. Rijstvelden worden palmbomen, slechts wuivend uit herinnering. Het is bijna windstil. In de verte gloeien de eerste tempels goudgeel in de zon. Eenzame hutten krijgen elkaars gezelschap, groeien uit tot dorpen. Na vijf uur bereiken we Mrauk U, slechts 65 kilometer verwijderd van Sittwe. Geduld wordt beloond met schoonheid.
Op het toppunt van haar macht (1430-1784) kon deze stad gemakkelijk de vergelijking aan met toenmalige steden als Londen en Parijs. Kooplui van overal brachten rijkdom naar deze vrijhaven. Meer dan tienduizend oorlogsbodems domineerden de Baai van Bengalen en de golf van Martaban. Japanse samoerai's beschermden de toenmalige vorsten die over meer dan twee miljoen onderdanen heersten.

tempels.jpg

Mrauk U is ondertussen opnieuw ingeslapen. Het inwonertal is teruggelopen tot nog geen honderdduizend. Alleen de meer dan 150 tempels herinneren aan haar groots verleden. 150 redenen om dit kleine Bagan te bezoeken. Mrauk is geen Bagan, daarvoor missen haar tempels het impressionante van een Ananda-tempel of een Mingalazedi. Maar in tegenstelling tot Bagan, waar de overheid de lokale bevolking vriendelijk verzocht op te krassen naar een nieuwe plek, leeft de bevolking in complete harmonie met haar omringende tempels.

7paardjes.jpg

De eerste dag huren we fietsen en bezoeken de tempels van de noordgroep. Kinderen spelen rond de stupa's, spelen gids of lopend joelend met ons mee. Steeds weer klinkt de lach van het tevreden zijn. Een trap wordt met water overgoten en verandert in een glijbaan. Een oude plastiek zak is een winddollende vlieger, een oude sandaal een voetbal, een stok een zwaard : de verbeelding van kinderen die nog kunnen spelen, waar vriendjes zich niet beperken tot de wereld van facebook.

kruiken.jpg

De dag dooft, verzinkt in de stilte van haar eigen landschap. In de verte worstelen mannen, spelen monniken cricket en vullen vrouwen zingend hun aluminium kruiken aan de waterput. De kinderen die ons omringen zingen ook liedjes,stemmen zo iel dat ze in het niets dreigen op te lossen. Als de zon achter de laatste tempel verdwenen is, dalen we af van de heuvel waarop we zaten. De kinderen roepen nog een laatste maal bye bye en rennen met hun vriendjes naar het nabijgelegen dorp.

worstel.jpg

De volgende dag bezoeken we de tempels van de zuidgroep. Ditmaal laten we het stalen ros achter en doen beroep op onze spieren. Ook hier weer hetzelfde scenario: kinderen, tempels en ingeslapen schoonheid. In een theestalletje ontmoeten we Gids (ik ben zijn naam vergeten). Het boek noemt Perfect Hostage. Hij diept het op vanuit zijn longyi. Voor het eerst sinds we in Myanmar zijn zie ik het gezicht van Aung San Suu Kyi. Net als zovelen koestert hij de hoop dat de dochter van de generaal ooit de toekomst van het land zal veranderen. Nooit wordt haar naam uitgesproken. In gesprekken met mensen die we her en der leerden kennen, werd ze steeds aangeduid als The Lady, The Noble price winner, the daughter of the general. Nooit zal men haar naam over de lippen laten gaan. Een regeringsdecreet verbiedt zelf het gebruik van de naam Suu in alle literatuur. Maar de bekendste politieke gevangene na Nelson Mandela leeft in de harten van alle Birmezen. Volgend jaar zijn het verkiezingen. Gids heeft er geen vertrouwen in.
Naast de politieke kwestie leert Gids me ook het verschil tussen de soorten betelnoot die verkocht worden. Ik laat me overtuigen en koop een zoete betelnoot. Het lijkt alsof ik op boomschors kauw. De slechte smaak en de schrik om straks ook met rode tanden rond te lopen doen mijn experiment in een straathoekje verdwijnen.

Twee dagen is te kort om Mrauk U te bezoeken. Het is een lange verplaatsing. Het aantal vluchten is beperkt. Bij de aanlegsteiger ligt een lokale boot volgeladen met olievaten te wachten. We vrezen het ergste en krijgen gelijk. De terugvaart duurt bijna acht uur. Gelukkig heeft het Oosten me geleerd om geduldig te zijn.

Geplaatst door Magonia 5:56 Gearchiveerd in Myanmar Tagged backpacking Reacties (1)

The Road to Mandalay

Dagboeksprokkels

sunny 28 °C
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

By the old Moulmein Pagoda, lookin' eastward to the sea,
There's a Burma girl a-settin', and I know she thinks o' me;
For the wind is in the palm-trees, and the temple-bells they say:
"Come you back, you British soldier; come you back to Mandalay!"
Come you back to Mandalay,
Where the old Flotilla lay:
Can't you 'ear their paddles chunkin' from Rangoon to Mandalay?
On the road to Mandalay,
Where the flyin'-fishes play,
An' the dawn comes up like thunder outer China 'crost the Bay!

Mandalay, stad die tot de verbeelding spreekt. Stad bezongen door Robbie Williams en in een grijzer verleden door Frank Sinatra (als ik me goed herinner). Mandalay, muze van Kipling. Ik heb zijn gelijknamig gedicht als rode draad door de teksten laten vloeien, net zoals de Irrawaddy die de oevers van deze oude Koningsstad bespeelt.

sfeerbeeld.jpg

Maar de Road zelf is minder romantisch dan haar vertolkers laten uitschijnen. Zevenhonderd kilometer van Yangon verwijderd is de baan een nachtmerrie van putten en bulten. Nachtmerrie, de bussen vertrekken in de vroege avond en rijden de ganse nacht door. Zes jaar geleden heb ik tijdens deze rit het wereldrecord braakzakjes vullen gebroken.Vanuit Nyaungshwe hebben we de keuze: tien uur nachtelijk bochtenwerk of een half uurtje vliegen. De keuze ligt voor de hand. De internationale luchthaven van Mandaly ligt op 45 kilometer van de stad. Met een taxi waarvan meer dan eens een onderdeel losrammelt, trotseren we de laatste bulten.
Mandalay valt op het eerst moment tegen. We krijgen geen vat op de stad. Te modern om Birmees te zijn, te Birmees om georganiseerd te zijn. Myanmar's tweede stad is op generatoren aangewezen om zichzelf te verlichten. Hier duiken ook brommertjes in het straatbeeld op. De stad verliest zichzelf in blauwe benzinedampen en brullende generatoren. (...)

warning.jpg
(Grote posters waarschuwen de bevolking voor de vijand)

'Er petticoat was yaller an' 'er little cap was green,
An' 'er name was Supi-yaw-lat -- jes' the same as Theebaw's Queen,
An' I seed her first a-smokin' of a whackin' white cheroot,
An' a-wastin' Christian kisses on an 'eathen idol's foot:
Bloomin' idol made o'mud --
Wot they called the Great Gawd Budd --
Plucky lot she cared for idols when I kissed 'er where she stud!
On the road to Mandalay . . .

(…) Maar het is in datzelfde Mandalay waar we (toevallig) aanwezig zijn op de opening van een shoppingmall. Veel kaki uniformen op de receptie. Voor het eerst in twee weken zien we het echte gelaat van het land. Veel gsm-winkels, maar bijna nergens dekking, veel laptops maar de regeringsserver waakt. Mandalay leeft in vijfde versnelling met tegelijk de voet op de rem. In de supermarkt van de mall doen we enkele ontbijtinkopen: alle dagen toast en ei gaat na enkele weken vervelen. Met verse yoghurt, kippenworst en pistolets trekken we naar de kassa die zich niet aan de uitgang bevindt, maar centraal in het midden van de winkel geplaatst is. Het concept aanschuiven is de Birmezen vreemd. Vanuit alle hoeken belagen ze de kassierster. De ongeschreven wet luidt dat diegene die zijn boodschappen op de toog krijgt, bediend wordt. De eerste twee dames laten we galant passeren, maar dan spelen we mee. Ik werp me tussen de massa terwijl Ann de flanken dekt. De kassierster heeft vijtig kyat wisselgeld te weinig Snoepgoed vervangt kleingeld. Vijf minuten later staan we op straat met ons wisselgeld, onze aankopen en enkele snoepjes. (...)

When the mist was on the rice-fields an' the sun was droppin' slow,
She'd git 'er little banjo an' she'd sing "~Kulla-lo-lo!~"
With 'er arm upon my shoulder an' 'er cheek agin' my cheek
We useter watch the steamers an' the ~hathis~ pilin' teak.
Elephints a-pilin' teak
In the sludgy, squdgy creek,
Where the silence 'ung that 'eavy you was 'arf afraid to speak!
On the road to Mandalay . . .

hilltop.jpgrestore.jpg

(…) De 230 meter hoge Mandalay Hill torent boven de stad uit. Een riksjadrijver voert ons tot de ingang. Een half uur op de pedalen voor nog geen euro. Hij heeft geluk. Hij heeft klanten. De wereldcrisis treft het toerisme in deze streek hard. Hotels wachten op spaarzaam binnendruppelende toeristen. Riksjadrijvers staan tevergeefts op straathoeken te speuren naar een vrachtje passagiers. De staat int tien dollar inkomgelden op vele attracties. Onze chauffeur geeft ons tips om deze prijs te omzeilen. Alleen Mandalay Palace biedt geen alternatief. Deze imposante vesting in het midden van de stad is een doorn in het oog van de bevolking. De junta vorderde iedereen op om tijdens de restauratie eind jaren 90 een dag per maand mee te helpen aan de heropbouw. Zij noemden het een teken van burgerzin. Wij zouden het dwangarbeid noemen. Als het van onze riskjsadrijver afhangt, zal de staat geen cent meer verdienen aan de toeristen, zijn eigen kleine daad van verzet. Solidair steunen we hem in zijn actie en laten het paleis links liggen.

hillview.jpg

But that's all shove be'ind me -- long ago an' fur away,
An' there ain't no 'busses runnin' from the Bank to Mandalay;
An' I'm learnin' 'ere in London what the ten-year soldier tells:
"If you've 'eard the East a-callin', you won't never 'eed naught else."
No! you won't 'eed nothin' else
But them spicy garlic smells,
An' the sunshine an' the palm-trees an' the tinkly temple-bells;
On the road to Mandalay . . .


(…) We ontbijten op het dakterras van ons hotel. Onder ons veegt de stad de slaap uit haar straten. Naast de deur dopen mannen Birmese donuts in hun thee, kauwen op hun eerste betelnut, gaan op weg naar nergens of blijven verder thee slurpen. (...)

(…) Fietsen in Myanmar, het blijft een uitdaging. Je bent nu eenmaal voor de snellere weggebruiker een hindernis op zijn baan. Toch besluiten we om naar U-Beinbrug te fietsen. Onderweg worden we van de baan getoeterd door vrachtwagens, brult een voorbijrijdende bromfietser een overenthousiast hello in onze oren en steken jonge moeders hun kroost in de lucht om de twee witte waaghalzen te tonen.
De teakhouten brug van meer dan een kilometer lang is wellicht de meest gefotografeerde attractie van Myanmar. Als de zon granaatappelrood achter de brug onder gaat, tovert ze haar voorbijgangers om tot lange zwarte silhouetten. Mensen die de foto in onze eetkamer kennen, weten wat ik bedoel.
De zon brandt genadeloos. Nergens een vlekje schaduw. Taungthaman meer staat laag. Rijstvelden vullen de vrijgekomen ruimte. Vissers gooien hun netten uit in de middagzon, hun spieren zwartblinkend van het zweet. (…)

ubein.jpg

Op de terugweg stoppen we aan een theestalletje. Neen, we stoppen niet, we ontvluchten de zon. Yo, you excuse me, I know can please what your country from? Het accent is overduidelijk gebaseerd op een slechtere Amerikaanse actieserie. De grammatica lijkt een anagram, de cryptische openingszin van de nieuwe Dan Brown. De volgende tien minuten worden we overspoeld met cryptogrammen, palindromen, ellipsen en anagrammen. We begrijpen hem wel, maar wensen hem toch nog veel succes met zijn verdere lessen. We hebben hem verkeerd begrepen. Hij is leraar Engels. 52 studenten luisteren dagelijks naar zijn Steven Segalinterpretatie van de Engelse taal.

I am sick o' wastin' leather on these gritty pavin'-stones,
An' the blasted Henglish drizzle wakes the fever in my bones;
Tho' I walks with fifty 'ousemaids outer Chelsea to the Strand,
An' they talks a lot o' lovin', but wot do they understand?
Beefy face an' grubby 'and --
Law! wot do they understand?
I've a neater, sweeter maiden in a cleaner, greener land!
On the road to Mandalay . . .

(…) Zegyo, zegyo!!!De kaartjesknipper van de minibus lokt zijn klanten, terwijl het roestige vehikel langs de straten puft. We komen net uit het City Park als hij ons in het oog krijgt. Het park doet me terugdenken aan Gorki Park. Oude kermisattracties die wachten op joelende kinderen en lachende ouders. Het reuzenrad dat zes jaar geleden een mooi overzicht bood van de stad, staat er verroest bij. Werklui lassen nieuwe stukken ijzer op de cabines, waarvan sommigen een bodemplaat missen. Als kleine kinderen kopen we een ticketje voor de wildwaterbaan. Achter ons staan vier monniken aan te schuiven. Wanneer we uitstappen zien we hen naar beneden glijden. Opspattend water en blootgelachen tanden.
De kaartjesknipper herhaalt zijn bestemming. Ann duikt in de krappe binnenruimte. Ik neem het zekere voor het onzekere en blijf aan de buitenkant hangen. Door de middagzon lijkt het alsof ik door een erehaag van haardrogers rijdt. Rondom ons lachende gezichten, hello-roepende kinderen, wijzende volwassenen. Een moment van intens geluk.
De zegyo is de grootste markt van de stad. Binnen wacht een recent geopend shoppingcenter op uitbaters van de tientallen winkeltjes. We drinken er onze eerste echte koffie in weken. Maar wij houden meer van de omringende markt. Een kluwen van fietsen, paardenkarren, brommertjes en vrachtwagens die in de smalle straten tussen de kraampjes manouevreren. Kurkuma en anijs, wierook en ui, gefrituurde kip en benzinedampen, een carrousel van geuren dringt mijn neusgaten binnen. (...)

Ship me somewheres east of Suez, where the best is like the worst,
Where there aren't no Ten Commandments an' a man can raise a thirst;
For the temple-bells are callin', an' it's there that I would be --
By the old Moulmein Pagoda, looking lazy at the sea;
On the road to Mandalay,
Where the old Flotilla lay,
With our sick beneath the awnings when we went to Mandalay!
On the road to Mandalay.

(…) We zijn een uur te vroeg. In tegenstelling tot de uitgestorven straten heerst er in Mandalay Station een drukte van jewelste. Op elk uur van de dag en nacht vertrekken er treinen naar bestemmingen waarvan ik nog nooit gehoord heb. Ganse gezinnen kamperen langs de sporen: ze wachten, slapen en eten. Trein 30 DOWN wacht op perron 1.
Om 21.45 u exact zal hij zijn 700 km lange tocht naar Yangon aanvatten. We hebben kaartjes voor sleepercar 1, een coupeetje voor vier personen. Het blijkt een afdankertje te zijn van de Chinese spoorwegen. En alvorens de Chinezen iets van de hand doen. Ik kan nauwelijks in het smalle gangpad bewegen. Onze coupe is 1.60m op 1.80m. Ik schat de afmetingen, maar daar ik niet languit op mijn bed pas, ben ik vrij zeker van de lengte. Onze medereizigers arriveren een kwartiertje later: een moeder en haar zoon die in Mandalay inkopen deden voor een nakend trouwfeest. Tot onze verbazing zien we tientallen zaktjes, dozen en andere recipienten in de coupe verdwijnen. Op het bed, onder het tafeltje, onder het bed. De mand met eten blijft binnen handbereik. Ze hebben voldoende bij om de ganse trein een week van eten te voorzien. De zoon spreekt een aardig woordje Engels en we wisselen trivia uit alvorens een half uurtje later het licht uit te knippen. De Birmese authoriteiten zijn er in geslaagd om met 1.000 km rechte rails een netwerk van meer dan 10.000 km uit te bouwen. Het lijkt er bij momenten op dat de trein de rails verlaten heeft en zijn eigen traject door het landschap snijdt. Ik val vrij snel in slaap.
Tijdens de ochtend trekt het nevellandschap aan ons voorbij. In het gangpad lopen verkopers heen en weer met hun waren. We kopen er een aantal gefrituurde groentenrolletjes, bruin brood met nutella was net uitverkocht ;-) Onze medereizigers bieden ons een kopje instantkoffie aan. In feite bieden ze alles aan. Birmezen delen van nature. We eten cake, noten, rijst met gedroogd geitenvlees en curry. Wij bieden hen onze koekjes en muntjes aan. We brengen een groot deel van de ochtend knabbelend door en voor we het beseffen tuft de trein met een slakkengangetje Yangonstation binnen. (...)

Geplaatst door Magonia 9:52 Gearchiveerd in Myanmar Tagged backpacking Reacties (0)

Het geluk van een goudvis

In de heuvels van Inle-meer

sunny 26 °C
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

Reizen en rituelen. Wie langer onderweg is, ontwikkelt vaste gewoonten. Ze zorgen voor een houvast tijdens de dagelijks wisselende indrukken die je overspoelen. In Chiang Mai ging Ann naar de yoga, terwijl ik me ontspande op de fitness. Op Koh Payam maakten we voor het ontbijt een strandwandeling. In Yangon zochten we op vaste tijden een theestalletje op. Het bijwerken van onze reisblog is de rode draad die het voor mij samenbrengt.

Onze kamer in Nyaungshwe (Inle-meer) ligt oostwaarts. Vanuit ons bed zien we de zon achter de heuvels opklimmen: een eierdooier, nog niet fel genoeg om de nevelslierten die de heuvels omhelzen, weg te branden. Elke ochtend liggen we samen naar dit tafereel te kijken. Het is zeven uur.
Voor Goudvis (zijn Birmese naam is onuitspreekbaar) is de werkdag al een uur bezig. Elke dag staat hij op rond vijf uur, kookt wat rijst en groenten, eet en verlaat voor dag en dauw zijn bamboewoning. Voor 700 Kyat (0.50 eurocent en de toekomstige prijs van een aandeel KBC als het zo verder gaat) huurt hij zijn kostwinning. Hij is riksjadrijver. Per rit verdient hij 200 kyat. Op een goede dag heeft hij 1.500 kyat over. Goudvis is 23 jaar oud, getrouwd en trotse vader van een dochterje. Voor haar is hij bezig met zijn opleiding. Als gids voor trektochten Toeristen brengen meer geld in het laatje. Zo leren we hem kennen. Wij zijn de eerste officiele toeristen die hij gidst.

Toeristen komen naar Inle om twee redenen: het pittoreske leven rond en op het 22 km lange meer en trekkings in de heuvels die het meer omringen. Het is acht uur. Stapschoenen, pet, flessen water in de dagrugzak: we zijn klaar voor een tocht langs Pao, Intha en Shandorpjes (dit zijn lokale bergstammen). Onderweg vertelt Goudvis niet alleen over de lokale teelten, fauna en gewoonten, maar ook hoe hij aan zijn naam komt. Moeder hield van goudvissen. Langzaam valt het deken van schuchterheid af. En hij vertelt: over zijn dochtertje, over zijn vrouw die hij hier in de heuvels heeft leren kennen, over zijn broer die ook gids is, over zijn vader die enkele jaren geleden overleden is. Tijdens het houtsprokkelen werd hij gebeten door een slang. De dorpelingen voerden hem naar het ziekenhuis. De dokters zagen in zijn ogen dat hij arm was,vertelt hij. Hij moest op de grond blijven liggen. Toen hij eindelijk onderzocht werd, was het te laat. Hij stierf omdat hij arm was.
Een paar maand later vluchtte Goudvis naar Thailand. Hij zou er werken, geld verdienen, nooit meer arm zijn. Een vriend had voor hem werk in Mae Sai. Daar werkte hij 18 uur per dag. Een norse Thaise baas die nooit een woord zei. Toen hij zijn eerste loon moest krijgen, werd het met een smoes achtergehouden. Hij mocht er niet zingen, alleen maar werken. Birmese mensen zingen altijd. We weten het. Luidkeels en mooi. Achter alle gevels weerklinken hun stemmen. Op een nacht ben ik de rivier weer overgezwommen. De stroming was verschrikkelijk. Ik dreef ver af. Uiteindelijk bereikte ik de oever. Arm, maar toch blij om in het land van de zangers te zijn.

100_5694__Small_.jpg

Tijdens de wandeling weerklinkt uit alle hutten een kinderkoor van hello-stemmen. Soms een verborgen groet, maar meestal duikt er er wel ergens een lachend thanakasnoetje op. Halverwege houden we halt in een Pao-dorp. Gezeten op een bamboemat drinken we Chinese thee, terwijl de gastvrouw verse tuingroenten omtoverert tot een heerlijke curry. Goudvis laat de maaltijd welgevallen en verslindt in no time vier borden rijst, drie kommen soep en twee curryschotels. Ik ben ooit monnik geweest. Vijf dagen. Ik kon er maar niet aan wennen dat ik zo weinig mocht eten. Zijn bekentenis klinkt bijna verontschuldigend. Birmezen geloven het nooit als we zeggen dat we na een bord voldoende hebben.

100_5678__Small_.jpg

Na de trekking nemen we afscheid. Goudvis nodigt ons bij hem thuis uit. We spreken af dat hij ons morgen komt oppikken. Als we niet te stijf zijn, willen we morgen naar de lokale markt in Kaung Daing fietsen. De weg naar dit dorpje is ronduit adembenemend. Een rij bomen beschermt je tegen de zonnestralen die op de vlakken neerslaan. Links en rechts van de weg trekt het dagelijkse leven aan je voorbij. Uit een klooster klinken gemompelde mantra's. Een hoeder drijft zijn eenden samen. Een jongetje van amper zes wandelt voorbij met een buffel aan een touw, op weg naar de rijstvelden, uit een schooltje weerklinkt een volmondig, enthousiast hello. Na een bokkig ritje bereiken we het noedeldorp waar het vandaag ook marktdag is. We zetten ons op een schaduwplek, kijken en genieten. De stammen komen hier hun teelten verkopen, andere levensmiddelen inslaan. We herkennen de lange zwarte kleren van de Pao, de bekende Shantassen. Op de terugweg bezoeken we nog een familie die tofu maakt. De hitte van de pannen en de brandende zon zijn teveel voor ons, we fietsen snel naar de koelte van onze kamer.

100_5723__Small_.jpg

We kopen in Naungshwe noedels (Goudvis is er gek op, maar ze zijn te duur), twee blikjes bier, zeep en shampoo voor zijn vrouw, koekjes voor zijn dochtertje. Ballonnen en een strandbal hebben we nog in onze rugzak zitten. Om kwart voor vijf staat hij ons op te wachten voor onze guesthouse. Hij is een kop kleiner dan mij. Ik krijg bijna medelijden als ik in zijn riskja stap. Dit is mijn huis. Hij toont ons trots zijn bamboehut. Twee kamers. Koken doet zijn vrouw op een vuurtje op het terras. Twee miezerige kippen scharrelen door de hut. In de eetkamer hangt een eenzame foto aan de wand: hun trouwfoto. Drie jaar geleden. Hij 20, zij 19. Hij schenkt thee in terwijl zijn vrouw in de potten roert. We pakken onze geschenkjes uit. Voor onze ogen verandert de trotse kostwinner in een enthousiast kind. Het eten smaakt heerlijk. Goudvis verslindt zijn portie op een manier die ons reeds bekend is. Twee kamers, geen electriciteit, geen stromend water. Een deken om samen de kille nachten van Inle te trotseren, het knetterend hout zorgt voor warmte, een kaarsje voor licht. Een gezinnetje dat samen lacht, speelt en eet. Wellicht veel gelukkiger dan veel koppels in hun villa in Belgie.

100_5729__Small_.jpg

Geplaatst door Magonia 9:15 Gearchiveerd in Myanmar Tagged backpacking Reacties (1)

De stem van het volk

Wandelen in Yangon

sunny 26 °C
Bekijk Reisoverzicht op Magonia's reiskaart.

One's destination is never a place, but a new way of seeing things (Henry Miller)

Ik herlees het citaat en al de rest dat ik over Yangon geschreven heb in mijn reisdagboek. Alleen het citaat blijft behouden. Yangon is een uitdaging voor de pen. Steeds weer ga ik op zoek in woorden naar de authenticiteit van de stad. Steeds weer vind ik het resultaat onvoldoende. Hoe beschrijf je een Aziatische stad die leeft tussen een Engels verleden, Indische invloeden en een kortzichtige dictatuur?

longyi_JPG.jpg
(lokale bus met mannen in longyi)

Het is ondertussen zes jaar geleden dat we het voormalige Birma voor de eerste keer bezochten. Na afloop wisten we dat het daar niet bij zou blijven. Dwalend door de straten van Yangon zien we nog steeds de mannen in longyi (lange rok, heel handig bij de zomerse temperaturen hier), rode verfspatten die de straten kleuren (ipv van te roken kauwen de mannen hier meestal op paan) en vrouwen met thanakaversierd gelaat.

betel1_JPG.jpgbetel2_JPG.jpg
(Op welke foto zou hij betelnut gekauwd hebben?)

[i](…) 'Ze noemen het thanaka. Dat wordt gemaakt van gemalen sandelhout. Bijna alle vrouwen dragen het, en veel van de mannen. Ze brengen het ook bij baby's aan'. Waarom? 'Beschermt tegen de zon, zeggen ze, het maakt hen mooi. Wij noemen het Burmese make-up.' (…)
--De Pianostemmer, Daniel Mason, p. 112--

thanaka_JPG.jpg
(verkoopstertje in de straten van Yangon)

Maar meer nog dan de gelijkenissen vallen de verschillen op. In het straatbeeld zie je veel meer Engelse boeken. De mensen spreken vrijuit over de dicatuur. De angst is gedeeltelijk verdwenen. De bevolking weet wat er in de wereld gebeurt. Internet is hun blik op de wereld geworden. Van hogerhand mogen bepaalde websites dan al geblokkeerd worden, ze worden even snel omzeild door de whizzkids van het land. Volledige teksten worden van het net gehaald, in het Birmees vertaald en de volgende dag liggen de verzamelde berichten als krant in de straten. De mensen weten wat er gebeurt en ze willen praten. Iedereen heeft wel een verhaal te vertellen. Toeristen zijn een gewillig klankbord. Ja, Yangon is een stad voor mij. Overal is er wel een gewillig oor. Van de faloudaverkoopster ( heerlijke vloeibare yoghurt) in de straat die in een soort pantomime-Engels haar leven uit de doeken doet tot de professor geschiedenis die in highbrow Oxford Engels zijn verhaal vertelt. Iedereen praat.

Excuse me? I have an oral exam this afternoon. Can I practise my English skills with you? De man die ons aanspreekt in Sule Paya lijkt me iets te oud om een student te zijn. Hij lacht zijn tanden bloot. Geen sporen van betelnoot. Neen, hij is leraar Engels, maar moet straks voor een commissie verschijnen om te bewijzen dat hij wel voldoet aan de vereisten. Ann trekt zich even terug in de stilte van een van de vele nissen. Nats, weet hij ons te vertellen. Huisgeesten. Myanmar is een land van goden en bijgeloof. We praten over zijn familie. Over de moeilijke levensomstandigheden van de bevolking, maar ook over de samenhorigheid, de solidariteit. Een Birmees loon variert tussen de 30 en 100 dollar per maand. Zes daagse werkweek. Spontane gesprekken tussen onbekenden, we vertellen hem dat we dat in Belgie al lang verleerd zijn. A stranger is a friend that you haven't met. Zijn taal is doorspekt met citaten en aforismen. Het lijkt wel alsof hij ooit begonnen is met een woordenboek uit het hoofd te leren. Na een half uurtje nemen we afscheid. Hij vertrekt naar zijn examen. Ik ben er zeker van dat hij zal slagen.

Where are you from? De jongen die ons aanspreekt terwijl we hete thee zitten te slurpen aan een theestalletje, stelt zich voor als Matthew. (of dat menen we toch verstaan te hebben). Hij is student economie aan de Universiteit van Yangon. Ook hij wil zijn Engels oefenen. Aan de overkant van de straat speelt een straatkindje met een ballon die we hem gegeven hebben. Zijn moeder houdt hem met argusogen in de gaten. Zij bedelt voor de ingang van een van de talloze moskees in de stad. Iedereen die binnengaat duwt de vrouw wel iets in de hand. Terwijl haar kindje, zich niet bewust van zijn harde leven, tussen de voorbijgangers loopt met een KBC-ballon in de hand, lacht ze ons dankbaar toe. Ik vertel de student Economie dat ik bij de bank werk wier mysterieuse ballonnen overal in het straatbeeld opduiken. (met dank aan Sabine P.) De kredietcrisis, de werkloosheid in eigen land, de dure universiteitskosten passeren allemaal de revue. Diploma halen in Myanmar is simpel: wie het meest betaalt, krijgt de beste punten. (Freya VDB is in het verkeerde land geboren)

What day of the week were you born? De man die ons deze vraag stelt, is al ver voorbij de pensioensgerechtige leeftijd. Ik weet nog dat ik op een zondag geboren ben. Ann geeft haar geboortedatum en in een beduimeld boekje vindt hij de juiste geboortedag. Where are you from?We horen de vraag voor de zoveelste keer deze dag. Belgium, small country in Europe. Hij kent ons landje. In een vroeger leven was hij professor Geschiedenis. Nu is hij slechts een van de vele mensen die dagelijks in Shwedagon Pagode op zoek gaan naar toeristen om hun Engels op peil te houden. Hij is ondertussen 74 jaar. Zijn moeder is net 100 geworden, een taaie familie. En dat ondanks het regime in dit land. Hij windt er geen doekjes om. De militairen hebben het land kapot gemaakt. Hij heeft ons veel te vertellen. Maar eerst moet er geofferd worden. Ann en ik moeten aan de respectieve beeldjes van onze geboortedatum een wateroffer brengen om geluk en voorspoed voor de toekomst af te smeken: zij als tijger van de maan, ik als garuda van de zon.

offerande_JPG.jpg
(mijn offerande aan de zon)

Daarna toont hij ons de mooiste plekjes van de Shwedagon. Plots zakt zijn stemvolume. Hij toont ons een grijs dak. Ik moet er een foto van nemen. Van deze plek schoten de soldaten in 2007 op de vreedzaam protesterende monnikken. Plots haalt de geschiedenis ons in.
Shwedagon zelf beschrijven is jezelf uitputten in superlatieven. Wat de Eifeltoren voor Parijs en het Vrijheidsbeeld voor New York is, zou volgens de Lonely Planet Shwedagon Paya voor Yangon zijn. I beg to differ. Yangon steekt met kop en schouders uit boven de twee eerdervernoemde steden. Shwedagon is een synthese van een bedevaartsplek en een toeristische trekpleister. Gouden koepels tegen een azuurblauwe hemel, wierook vermengd met kruidige currygeuren, fototoestellen en gebedssnoeren. In de schaduw van een van deze koepels ontvluchten we de brandende middagzon.

meditation_JPG.jpg

(...)Overal beklommen pelgrims de treden – monniken en bedelaars en elegante Birmese vrouwen in hun mooiste kleren. Bovenaan liep hij onder een fraaie zuilengang door en kwam op een enorm platform van witte marmer en vergulde koepels van kleinere pagodes. (…) (p.117)

shwedagon_JPG.jpg

Ze heeft nog maar twee tanden, haar in zilvergrijze strengen gevlochten, ogen vol ongedoofde passie in een doorrimpeld gelaat. Ze komt zo dicht voor me staan dat ik haar adem op mijn gelaat voel neerslaan. Look en kruiden. Crescendo ratelt ze haar woordenstroom af, haar ogen nimmer de mijne verlatend. Ik lees alleen de stemmingen op haar gezicht. Mondhoeken die zakken, ogen die van passievuur in vaaldof veranderen. Ik ben haar gesprekspartner in een taal die ik niet kan verstaan, maar wellicht begrijp. Een opzichtster die uit het niets opduikt, bevestigt mijn vermoeden. Nieuwsgierigen wandelen een stapje sneller door. Zij blijft doorratelen. Plots is de schittering er weer en verwdijnt ze in het genadeloze zonlicht, een schim die oplost in de middag met een onbegrepen boodschap. Ik vraag aan een van de omzittenden of zij het begrepen heeft en me soms kan vertalen. Eerst aarzelt ze, maar dan zegt ze: 'Generals no good, She misses the lady (Aung san Suu Kyi).' ik had de vertaling dus toch juist in haar ogen gelezen.

station_JPG.jpg
(Als er geen trein is, veranderen de sporen in een lokale markt)

Looking for the circular train? We bevinden ons op perron 6 en 7 van Yangon Railway Station. Een drie uur durende treinrit voert je in lusvorm mee doorheen de stad en het hinterland. Aung is bio-ingenieur. In een vroeger leefde reisde hij de wereld rond met de organisatie Orbis. Nu geeft hij, net als zoveel anderen, bijles Engels aan jongeren. We stellen voor om de volgende dag samen de treinrit aan te vatten. Hij zal dan een van zijn studenten meebrengen om zijn Engels bij te schaven. Zondag is niet de beste dag om rustig rond Yangon te tuffen. Voor veel Birmese gezinnen is deze spotgoedkope treinrit (nog geen eurocent voor een rit) een mooie gelegenheid om eens buiten de stad te komen. Aung vertelt honderduit over zijn leven, zijn reizen, terwijl hij zijn student aanmoedigt om ook deel te nemen aan de conversatie. Langzaam maken de gebouwen plaats voor rijstvelden. De steedse drukte van Yangon ligt nog geen tien kilometer van ons verwijderd. Verkopers zorgen ervoor dat de reizigers geen seconde honger hoeven te lijden: gedroogde vissen, verse fruit tot donuts en gefrituurde groenten worden luidkeels aan de man gebracht. Tijdens de rit vertelt Aung over het leven in zijn land. En toch. Hij die de ganse wereld heeft gezien, is uiteindelijk in zijn vaderland gebleven. Uit een plastiek zakje tovert hij een fotoalbum te voorschijn. Foto's van zijn reizen. Meestal kiekjes van luchthavens, hotelkamers en zijn collega's: een kleine glimlachende man tussen overwegend blanke gezichten. Nieuwsgierige medereizigers vragen hem wie die twee witneuzen in zijn gezelschap zijn. Geduldig vertaalt hij hun vragen, onze antwoorden en vice versa. Na drie uur maakt het open landschap plek voor beton. We naderen de buitenwijken van de stad. Stationsnamen als Athlone Road verbergen nauwelijks de Britse invloed. Na afloop nodigen onze spontane gidsen ons uit voor een traditionele straatmaaltijd. Op het theetafeltje verschijnen een tempura van groenten en fruit, gebrande nootjes met verse theeblaadjes en andere lekkernijen. We zitten op stoeltjes die nog geen 20 cm hoog zijn. Naast ons raast het drukke stadverkeer voorbij. De zon geeft zich gewonnen en staat haar plek af aan de maan. We spreken een nieuwe datum af voor een volgende ontmoeting.

aung_JPG.jpg
(We zitten op stoeltjes die nog geen 20 cm hoog zijn)

Morgen verlaten we Yangon en vliegen naar het Inle-meer.

Geplaatst door Magonia 4:02 Gearchiveerd in Myanmar Tagged backpacking Reacties (1)

(Berichten 1 - 5 uit 7) Pagina [1] 2 » Volgende